Zijn we niet allen reizigers in de tijd (English follows)

Dit zagt gefluister der godlijke goedkeuring is lieflijker voor de ziel van een deugdzaam mensch , dan het luidruftigst geschater van eene verdwaasde wereld.

(Uit een middeleeuws geschrift).

Wat zal ik gaan doen? Het is de vraag die ’s morgens bij het wakker worden als eerste opkomt. Er zijn geen plannen. Mogelijk alleen verplichtingen en koffie drinken. En mediteren, 20 minuten. De dag is begonnen. Wat nu? Ik mag me niet vervelen, ik moet wat gaan doen. Zo ben ik geconditioneerd al vanaf mijn jongste jaren. Doe wat! Ga buiten spelen!

Ik wil met rust gelaten worden, nadenken of desnoods slapen, ver van de verwarrende wereld. Is dat zo erg? Misschien voor anderen die mij liever zien bewegen, bang als ze zijn dat er niets van mij terecht zal komen.

 

Jarenlang heb ik geen tijd gehad. Ik had werk, boeiend werk waarin ik me geen moment verveelde. Obsessief volgde ik de ontwikkelingen in de grote zeilwereld van lange reizen. Ooit zei ik; als ik naar de maan kon zeilen dan vertrok ik vandaag. En ooit stond er in een Amerikaans blad dat ik uitstekend geschikt was voor een reis naar Mars … enkele reis, want dat is het, naar Mars toe lukt ons misschien wel een keer maar terug kunnen we wel vergeten. Toch voelde ik diep van binnen onrust. Is dat nou alles? Zoals de Vlaamse volkszanger Ivan Heylen zei: ‘Hoe ver ben ik nu, wie ben ik nu nog?’

 

 

Ons tijdperk wordt in de boeken der Ouden uit India het ijzeren tijdperk genoemd. Kali, godin van de twist, danst met haar wijd opengesperde, bloederige muil haar grimmige dans. Ze zou de krakende poort van het ijzeren tijdperk al enkele jaren geleden hebben opengezwaaid en er haar naamkaartje aan hebben opgehangen. Al duizenden jaren geleden werd ons huidige tijdperk gedetailleerd beschreven.

Zijn we niet allen reizigers in de tijd, die zich in de cirkelgang van verleden en toekomst in grote trekken herhaalt omdat we niet wakker zijn?

Een koan voor de rationele geest.