Uit: Lot Onbekend/From an unpublished book; Fate unknown

 

Ik ontvlucht de nabijheid van mensen niet, maar het is de eeuwige verre afstand tussen mens en mens die mij in de eenzaamheid drijft. (Nietzsche).

Uit LOT ONBEKEND:

Die nacht droomde hij. De wolf sprak hem aan en vroeg: ben jij zo’n mens die ons van de jachtvelden heeft verdreven? Ja, zei hij, ik hoor bij hen, maar laat mij met rust. Dat doe ik ook, zei de wolf, want ik zie dat je alleen loopt. Waar ga je heen? Hij antwoordde dat hij naar huis ging. Wat is huis, vroeg de wolf. Huis is daar en binnen ben je thuis.  Wat is thuis, vroeg de wolf. Thuis is… en hij wist geen antwoord. De wolf keek hem toen aan en zei, terwijl zijn lichtgevende ogen in het rond keken: dan is dit mijn thuis, vandaag hier, morgen daar. Toen werd hij wakker.

I do not escape the proximity of people, but it is the eternal distance between man and man that drives me into loneliness. (Nietzsche).

That night he dreamed. The wolf spoke to him and asked: are you such a person who drove us from the hunting grounds? Yes, he said, I belong to them, but leave me alone. That’s what I do, the wolf said, because I see that you are walking alone. Where are you going? He answered that he was going home. What is home, the wolf asked. A house and inside you are at home. What is at home, the wolf asked. At home is … and he did not know an answer. The wolf looked at him then and said, while his luminous eyes looked around: then this is my home, today here, tomorrow there. Then he woke up.