uit de De geverfde vogel, extract from The painted bird by Jersy Kosinski

Ik herinnerde me de haas, die Makar eens in een strik had gevangen. Het was een mooi groot dier. Je kon in hem de drang naar vrijheid voelen, haar krachtige sprongen, speelse buitelingen en snelle ontsnappingen. Opgesloten in een kooi werd hij razend, stampte met zijn poten, sloeg tegen muren. Na een paar dagen gooide Makar, woedend over zijn rusteloosheid, een zwaar zeil over hem heen. De haas worstelde en vocht eronder, maar tenslotte gaf hij het op. Tenslotte werd hij tam en at uit mijn hand. Op een dag was Makar dronken en liet hij de kooi open staan. De haas sprong eruit en liep op de weide toe. Ik dacht dat hij met een grote sprong in het hoge gras zou duiken en dat we hem nooit meer terug zouden zien. Maar hij scheen van zijn vrijheid te genieten en ging gewoon zitten met zijn oren omhoog gestoken. Uit de velden en bossen in de verte kwamen de geluiden, die hij alleen kon horen en begrijpen, luchtjes en geuren die hij alleen naar waarde kon schatten. Het was allemaal van hem: hij had de kooi achter zich gelaten. Plotseling kwam er een verandering over hem. De waakzame oren sloegen neer, hij zakte op een of andere manier wat in elkaar en werd kleiner. Hij maakte een sprong en zijn snorharen stonden omhoog, maar hij liep niet weg. Ik floot scherp in de hoop dat het hem tot bezinning zou brengen, hem zou doen beseffen, dat hij vrij was. Hij keerde zich alleen maar om en traag, alsof hij plotseling oud geworden was en in elkaar gekrompen, ging hij terug naar zijn hok. Onderweg bleef hij even staan, en keek nog eenmaal om, zijn oren in de hoogte; toen ging hij de konijnen die hem aanstaarden voorbij en sprong terug in zijn kooi. Ik sloot de deur, hoewel dat niet nodig was. Hij droeg nu de kooi in zichzelf mee; zijn hoofd en hart werden er door begrensd, zijn spieren verlamd. Vrijheid, die hem van de andere konijnen had onderscheiden, liet hem in de steek, als door de wind vervaagde geur, die opstijgt van vertrapte en uitgedroogde klaver.”

(Uit De Geverfde Vogel Jersy Kosinski )

“I remembered the hare, Makar caught in a trap. It was a nice big animal. You could feel the urge for freedom in him, her powerful jumps, playful somersaults and quick movements. Locked in a cage, he was furious, stamping his feet, hitting against the walls. After a few days, Makar threw, furious about his restlessness, a heavy tarp over him. The hare struggled and fought under it, but finally he gave up. Finally he was tame and ate from my hand. One day Makar was drunk and he left the cage open. The hare jumped out and ran to the meadow. I thought he would dive with a big jump in the high grass and that we’d never see him again. But he seemed to enjoy his freedom and just sat there plugging up his ears. From the fields and woods in the distance came the sounds he could only hear and understand, odors and smells that he could estimate to value. He had left the cage behind. Suddenly a change came over him. The alert ears struck down, he sank somehow low to the ground and became smaller. He jumped and his whiskers stood up, but he did not run away. I whistled sharply in the hope that it would bring him to his senses and made him realize that he was free. He just turned around and slowly, as if he had suddenly grown old and cowering, he went back to his cage. Along the way he paused, and looked once more with his ears up in the air, then he went back into his cage. I closed the door, although that was not necessary. He now wore the cage with himself, his head and heart were limited by, his muscles paralyzed. Freedom, which had distinguished him from the other rabbits left him in the lurch, as the wind with a faded smell that rises from downtrodden and dried clover. “

(From The Painted Bird Jersy Kosinski)