Elk landschap is een heiligdom. Every landscape is a sanctuary. (Dutch/English}

De kust. Op een honderd meter van de zee liggen lage zandduinen en daarop en daarachter groeit een naaldbomenwoud. Grote hoeveelheden wier, die door de storm van de grasbanken zijn losgescheurd en met de golven zijn mee gerold, vormen hier en daar bosjes, die er onder water zwart, groen maar op het strand gebleekt uitzien. Soms drijft er meegespoeld drijfhout aan. Er zal bij iemand die gevoel heeft voor het wezen der dingen een diep, troebel besef groeien van het verband tussen de onstuimigheid en de zuiverheid van de zee. Wanneer daar, in zijn heimwee naar een oorspronkelijk paradijs, een dromer voet aan wal zet, wil hij slechts wezens ontmoeten, die in elk opzicht de wonderwezens uit legenden evenaren. Elk landschap is een heiligdom. De dromer vergist zich natuurlijk, want dit is de kust van de dood, waar geen rekening gehouden wordt met menselijke keuzes. Achter de lange, hoge pier ligt de haven met vissersboten. De vissers roepen elkaar dingen toe, de zilte wind waait de woorden weg. De zilte zeelucht is heerlijk. De vissers zijn net teruggekeerd en staan bij elkaar. Zouden ze tevreden zijn met hun leven? Ik zie de schemering van het licht achter de bergen steeds zwakker worden. Donkere golven breken op het strand. De zee is de weg naar nieuwe bestemmingen achter de horizon en een aantal van die bestemmingen zijn moeilijk te bereiken.

‘Where are you now?’, vraagt Ryan Bradley, een Amerikaanse journalist die een stuk over mij schrijft. ‘In Roggebotsluis’ antwoord ik. ‘Where is that, it sounds Russian.’ Nee, vertel ik hem, het ligt dicht bij waar ik geboren ben in het land van mijn vaderen en vandaar uit vaar ik regelmatig uit. Ik lig nu een week in de IJsseldelta. Een mooie doorvaart scheidt de Hanzeplaat van het Oog. Men liet het gras en de bomen groeien en door het een vogelbroedplaats te maken, gaf men de vogels een kans. Het is er stil, op het geruis van de bomen na en het getjilp van de vogels.

The coast. Low sand dunes a hundred meters from the sea and a bit further inland a pine tree forest grows. Large amounts of seaweed, torn from the grass benches by the storm and rolled along with the waves, form clumps that look black, green but whitened on the beach. Sometimes driftwood drives on. A person who has a feeling for the essence of things will develop a deep, cloudy awareness of the connection between the turbulence and the purity of the sea. When a dreamer sets foot ashore in his nostalgia for an original paradise, he only wants to meet beings who in every respect equal the wonder beings from legends. Every landscape is a sanctuary. The dreamer is of course mistaken, because this is the coast of death, where human choices are not taken into account. Behind the long, high pier the harbor with fishing boats is situated. The fishermen call to each other, the salty wind blows the words away. The salty sea air is delicious. The fishermen have just returned and are standing together. Are they  happy with their lives? I see the twilight getting weaker. Dark waves break on the beach. The sea is the way to new destinations behind the horizon and some of those destinations are difficult to reach.

“Where are you now?” asks Ryan Bradley, an American journalist who writes a piece about me. “In Roggebotsluis” I answer. “Where is that, it sounds Russian.” No, I tell him, it is close to where I was born in the country of my fathers and from there I regularly sail out. I have been in the IJsseldelta for a week now. A beautiful passage separates the Hanseatic plate from the Eye. The grass and trees were allowed to grow and by making it a bird breeding place, the birds were given a chance. It is quiet, except for the murmur of the trees and the chirping of the birds.