Change is a process, not an event.

De zon glimlachte in de morgen, brandde in de middag en doofde in de avond. Hij zat een uur naar het water voor de boeg te staren. Zijn hoofd leeg… hij voelde zijn scheepje bewegen. Het was een voortstuwende beweging door de zeilen en een deinende beweging van de golven.

Toen draaide de wind naar het zuiden. Wat overbleef was een aantal uren met vreselijk gehos en geklots. De zee had geen richting meer. Alles liep door elkaar en de boot kreeg het even flink te verduren. Maar de wolken trokken weg, de zee kalmeerde en de wind trok weer aan. De zon kwam er niet meer door. Er lag ergens een lagedrukgebied. Het beetje wind dat er was trok langzaam naar het noordoosten. Die nacht kreeg hij een echte storm over zich heen, want veertig knopen wind is een storm te noemen. De zee was heel onstuimig en hij lag acht uur lang bijgedraaid. Het schip maakte ongelukkige bewegingen en kwam niet vooruit. In de morgenuren zakte de wind. Hij zette weer meer zeil. Wat er op volgde was een hogedrukgebied met een totale windstilte. Er stond een hoge deining, verder was het stil. Aan de horizon recht vooruit zag hij een lichte wolkenband. Hij gaf zichzelf een wasbeurt met zeewater. Hij scheerde zich ook. De deining werd vlakker. De zon ging prachtig tussen schapenwolkjes in oranje onder.

Langsnuitdolfijnen speelden voor de boeg. De maan kwam laat op. Het was klaar helder. Er was heel weinig wind, maar er was in ieder geval wat wind. Het was zo helder buiten dat hij sterren een vingerbreed boven de horizon zag.