Everyone leaves, Attu remains (Dutch/English)

Voor deze eiland serie maak ik een sprong van het zuidelijk halfrond naar het hoge noorden. Naar de Aleoeten, een keten van eilanden tussen Kamtchatka en Alaska. Ik zie Attu 52°54′09″N 172°54′34″E pas als ik al dichtbij ben. Het eiland ligt in een mistbank. De noordkust heeft sneeuw in de dalen. De bergen zijn groen. Wolkenslierten dwarrelen rond de pieken. Er zijn veel vogels en zwart-witte dolfijnen springen voor de boeg. Op de rotsen zitten zeeleeuwen. Ik loop Chichagof baai binnen en anker daar. Er wordt een harde zuidooster voorspeld en dan lig je niet goed in Massacre Bay.

De 18e juli ga ik naar Massacre Bay. Ik lig in een heel mooi baaitje met de naam Navy Cove. Deze mooie plek ligt achter landpunten en rotsen. Het is stil. Het lijkt zelfs stiller dan Chichagof maar er is ook minder wind en de temperatuur is 10 graden. Er is een oude verrotte steiger, veel meeuwen en papegaaiduikers, mooi donker achterland, watervallen aan de andere kant. Er zijn ook geen bomen. Wel veel hoog gras en bloempjes zoals in de toendra. Hier is niemand. Het kustwachtstation is een half uurtje lopen. Er zitten daar 20 man. Volgende maand, om precies te zijn 26 augustus 2010, wordt Attu dan ook verlaten. Ledereen vertrekt. Attu blijft.

 

I make a leap from the southern hemisphere to the far north. To the Aleutian Islands, a chain of islands between Kamtchatka and Alaska.

I don’t see Attu until I’m close. The island is in a fog bank. The north coast has snow in the valleys. The mountains are green. Strings of clouds swirl around the peaks. There are many birds and black and white dolphins are jumping in the wake of Juniper. Sea lions on the rocks. I enter Chichagof bay and anchor. A strong south east is predicted and this place gives more shelter than Massacre Bay.

July 18th I go to Massacre Bay. I anchor in a very nice bay called Navy Cove. This beautiful place is located behind land points and rocks. It is quiet. It seems even quieter than Chichagof, but there is also less wind and the temperature is 10 degrees Celsius. There is an old rotten jetty, lots of gulls and puffins, beautiful dark hinterland, waterfalls on the other side. There are no trees. A lot of tall grass and flowers like in the tundra. Nobody is here. The coastguard station 52°51′N 173°11′E is an half hour walk. There are 20 men there. Next month, to be exact August 26, 2010, Attu will be abandoned. Everyone leaves. Attu remains.

 


Posted in Uncategorized by

Where lies the land to which the ship would go?

Where lies the land to which the ship would go?
Far, far ahead, is all her seamen know.
And where the land she travels from? Away,
Far, far behind, is all that they can say.

( Arthur Hugh Clough 1819 –1861 )

 


Posted in Uncategorized by

Skull Rock … (Dutch/English)

Het is 2000 mijl van Ile St Paul naar Albany (Australie). Albany is zeer prettig. De weidsheid van de baai en het stadje dichtbij. Maar verderop in Bass Strait ligt Skull Rock … de naam alleen al en ik wil het zien.

 

 

 

 

 

 

 

 

Soms passeer ik eilanden die me om welke reden dan ook verrassen. In Bass Strait ligt tussen het vasteland van Australië en Tasmanië een aantal eilanden. Flinder Island is bewoond, maar de meeste zijn niets meer dan grote stenen met ronde vormen. Een soort monolieten, maar dan in zee. Skull Rock lijkt op een schedel en Aboriginals woonden hier in “Dream Time”, het pad van hun voorouders, in de hoofdholte. Aan de achterkant, de oostkant, kun je de hersenen zien. Skull Rock is niet meer dan een grote gladde rots.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het ligt tussen de andere eilanden van de Anser groep op 39. 09,3 ZB en146.17,6 OL. Ik zeil er langzaam voorbij. Kijk nog eens achterom en laat zo de Great Australian Bight achter me.

Ik rond South East Point en anker in de prachtige Refuge Cove.

It’s 2000 miles from Ile St Paul to Albany (Australia). Albany is very pleasant. The expanse of the bay and the town nearby. But further down Bass Strait is Skull Rock … and I want to see it.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Sometimes I pass islands that surprise me for whatever reason. In Bass Strait lies, between the mainland of Australia and Tasmania a number of islands. Flinder Island is inhabited, but most are nothing more than large stones with round shapes. A kind of monoliths, but in the sea. Skull Rock resembles a skull, and Aboriginals used to live here in “Dream Time”, the path of their ancestors, in the main cavity. On the back, the east side, you can see the brain. Skull Rock is no more than a large smooth rock.

It lies between the other islands of the Anser group at 39.09.3 S and 146.17.6 E. I slowly sail past it. Take a look back and leave the Great Australian Bight behind me.

I round South East Point and anchor in beautiful Refuge Cove.


Posted in Uncategorized by

A caldera in the ocean/een krater uit de diepte (Dutch/English)

Île Saint-Paul 38°43′48″S 77°31′20″E  was first discovered in 1559 by the Portugese. The next confirmed sighting was made by Dutchman Harwick Claesz de Hillegom on 19 April 1618. There were further sightings on the island through the 17th century. One of the first detailed descriptions of it, and possibly the first landing, was made in December 1696 by Willem de Vlamingh van Vlieland.

Deze plek stond al 30 jaar op mijn verlang lijstje. Vooral door de tekening van de krater ingang op de British Admiralty kaart. Het is 4000 mijl varen vanaf Tristan da Cunha. Volgens mij ben ik de eerste Nederlander die hier weer komt na Willem de Vlamingh.

Op 7 april in de avond denk ik ver weg lets grijs te zien. Dat moet St. Paul zijn. Voor St. Paul laat ik de Juniper drijven. Wachtend op daglicht. Het is 8 april. Voor me. dichtbij, ligt het eiland. Ik nader St. Paul uit het westen en vaar langs de zuidkust naar de zuidoostkant want daar is de ingang tot de krater. De Rocher Quille verschijnt. Dat is een hoge. steile rots dicht bij de ingang. Er ligt veel kelp. Er leven duizenden zeehonden. Ze loeien, ze blaffen. ze rochelen, ze snuiven. ze huilen. Er zijn veel jonkies. Dit zijn pelsrobben ook wel zeeberen genoemd. Ze blazen en briezen als ik over hun land loop. Hier hoort de mens niet thuis. Dit is hun domein.

Ik klauter de heuvel op en heb uitzicht op de krater en aan de andere kant op de Rocher Quille. Wonderbaarlijke plek. Wonderbaarlijk voldaan gevoel. Ik blijf 2 nachten …

 

This place has been on my bucket list for 30 years. Especially because of the drawing of the crater entrance on the British Admiralty map. It is a 4,000 nautical miles from Tristan da Cunha. I think I am the first Dutchman to return here after Willem de Vlamingh. On April 7 in the evening I see something gray in the distance. That must be St. Paul.

 

 

Waiting for daylight. It is April 8. Close by, the island. I approach St. Paul from the west and sail along the south coast to the southeast side because there is the entrance to the crater. The Rocher Quille appears. That’s a high, steep rock close to the entrance. There is a lot of kelp. Thousands of seals live here. They bellow, they bark. they gobble, they sniff, they cry. There are many youngsters. These are fur seals. They blow and breathe when I walk across their land. Man does not belong here. This is their domain. I scramble up the hill and have a view of the crater and the Rocher Quille on the other side.

 

 

 

 

 

 

Miraculous place. Wonderfully satisfied feeling. I stay 2 nights …

 


Posted in Uncategorized by

Tristan da Cunha … Motto: “Our faith is our strength” (Dutch/English)

37°4′S 12°19′W Tristan is an active volcanic island with rare wildlife and home to 246 British Citizens living in the world’s most isolated settlement of Edinburgh of the Seven Seas, far from the madding crowd in the South Atlantic Ocean.

It is the most remote inhabited island in the world, lying approximately 1,511 miles (2,432 km) off the coast of  South Africa, 1,343 miles (2,161 km) from Saint Helena and 2,166 miles (3,486 km) off the coast of the Falkland Islands

https://www.tristandc.com/

Ankeren is moeilijk want er is geen beschutting. Ik lig de eerste nacht met een heel rustige zee voor anker. De volgende morgen word ik met een boot opgehaald. Mijn emoties zijn niet uit te drukken. Ik ben op Tristan da Cunha. Dramatisch als ruige schoonheid met die berg meestal in de wolken als hoge muur in je achtertuin. Het vlakke land waar de nederzetting Edinburgh of the Seas ligt, is groen. Er lopen koeien. Ze hebben veel lerse schaapshonden, die passen op de ronddwalende kuddes. Er lopen niet veel mensen op straat.

 

 

Ik heb een paar woorden gewisseld met een paar mensen. Echt gepraat met niemand. Behalve met Father Chris Brown. Er staan twee kerkjes, een Anglicaanse en een Katholieke. St. Mary)s Church is de oudste en het gebouwtje is van 1925. Het is laag, heeft eigenlijk geen toren en ziet er oud uit. De deur staat open. Er hangt een scheepsbel bij de ingang. Ik loop zachtjes naar binnen en zie een prachtig kerkje, het altaar, de houten banken, overal zachte kussentjes. Er klinkt muziek. Als de muziek afgelopen is loop ik stilletjes weer naar buiten. Dan staat er een man in de deuropening. Hij wenkt en zegt; kom binnen, wees welkom. Het was Father Chris. Ik vertel kort iets over mij. Hij had mijn boot voor anker zien liggen. Hij vraagt me, zal ik voor je bidden ? Ik zeg ja en samen zitten we op een bank en bidden. We bidden voor thuis, de wereld, de dingen die gaande zijn, de genade en de zegen.

Terug aan boord giert de wind. Ik zie kleine huisjes met rode daken in de regen. Het werd een ruwe nacht. Er kwam deining en die rukte flink aan de ankertros. De dag erop is een belangrijke dag; de Kelso brengt lading. Ook deze gemeenschap is afhankelijk van spullen, ook al kunnen ze zonder. Maar terug in de tijd wil niemand. Nu zijn er satelliettelefoon en internet. Er komen een paar cruiseschepen per jaar, die dumpen 1000 toeristen en dan denk ik ; ben ik ook een toerist voor hen ? Ik was daar. liet mijn voetstap achter en zal zo weer vergeten zijn, dat geef ik toe.

 

Anchoring is difficult because its open ocean without protection. The first night Juniper anchored with a very calm sea. The next morning I am picked up with a boat. My emotions cannot be expressed. I am on Tristan da Cunha. Dramatic as rugged beauty with that mountain mostly in the clouds as a high wall in your backyard. The flat land where the settlement of Edinburgh of the Seas is located is green. Cows are walking on the streets. They have many Irish sheepdogs that take care of the roaming herds.

 

 

I exchanged a few words with a few people. No real talking to anyone. Except with Father Chris Brown. There are two churches, an Anglican and a Catholic. St. Mary’s Church is the oldest and the building is from 1925. It is low, actually has no tower and looks old. The door is open. There is a ship’s bell at the entrance. I walk in softly and see a beautiful church, the altar, the wooden benches, soft cushions everywhere. Music is playing. When the music is finished I quietly walk outside again. Then there is a man in the doorway. He beckons and says; come in, welcome. It was Father Chris. I briefly tell something about myself. He had seen my boat at anchor. He asks me, should I pray for you? I say yes and together we sit on a bench and pray. We pray for home, the world, the things that are going on, the grace and the blessing.

 

Back on board the wind howls. I see small houses with red roofs in the rain. It was a rough night. A high swell come in and it yanked strongly on the anchor line. The next day was an important day; the Kelso brings cargo. This community also depends on things, even if they can do without. But nobody wants to go back in time. Now there are satellite phones and internet. A few cruise ships a year call and dump 1,000 tourists and I think; am I a tourist for them too? I was there. left my footstep and will soon be forgotten, I admit.

37°4′S 12°19′W

 

 

 

.

 


Posted in Uncategorized by