…. the cat savior … (Dutch/English)

 

In het midden van niets zag ik een oud, houten kerkje. Het kerkje is in verval. Er liggen nog een paar bijbels op oude verrotte banken. In dat kerkje huisde een verwaarloosde, aan zijn lot overgelaten, mooie, rode kat. Die heb ik meegenomen en ik heb er in het dorp een thuis voor gevonden.

Elaine komt eigenlijk van een andere eilandengroep. Haar familie woont op Kodiak en haar neefje Brian was op Adak op vakantie. Deze 14-jarige jongen zat graag bij me aan boord. Dagelijks zaten we naast elkaar te vissen. Ook kon ik me voor het eerst sinds Japan weer douchen en een wasje draaien. Rond de wereld zeilen is niet alleen avontuur, maar ook vaak een ontmoeting tussen mensen van verschillende culturen die elkaar proberen te begrijpen. Morgenvroeg, zaterdagmorgen, vertrek ik naar Atka. Ik krijg kariboesteak en -worsten mee voor onderweg.

 

 

 

In the middle of nowhere I saw an old wooden church. The church is in decline. There are still a few Bibles laying on old rotten wooden benches. In that little church was a neglected, pretty, red cat, left on his own. I took it with me and found a home in the village.

 

 

 

 

Elaine actually comes from another group of islands. Her family lives on Kodiak and her nephew Brian was on vacation on Adak. This 14-year-old boy liked to come with me. We were fishing next to each other every day. Also, for the first time since Japan, I was able to take a shower and do some laundry. Sailing around the world is not only an adventure, but also often an encounter between people of different cultures who try to understand each other. Tomorrow morning, Saturday morning, I leave for Atka. I get caribou steak and sausages on the go.


Posted in Uncategorized by

Adak, and the murmur of small streams and waterfalls. (Dutch/English)

 

 

 

 

 

 

 

 

Adak ligt in de mist. 51°53′0″N 176°38′42″W Soms komt een top van een berg boven de mist uit. Het is bijna donker wanneer ik in Sweepers Cove anker. De volgende dag meld ik me en word ik naar een ligplaats langszij een paar oude slepers gedirigeerd. De havenmeester is Elaine Smiloff. Welkom op Adak. Van haar krijg ik een auto te leen om over het eiland te rijden. Brian, haar neefje vergezeld me.

 

 

Waar ooit zesduizend mensen woonden en werkten (dit was een Amerikaanse militaire basis) staan de huizen en de werkplaatsen en de hangars nog, de militairen zijn verdwenen. De basis is opgeheven. Er wonen nu niet meer dan een paar honderd mensen. Voor 15.000 dollar kun je er een huis kopen. Ondergronds ligt 80 miljoen liter brandstof opgeslagen, voor eigen gebruik, en om de veertien dagen komt een olielichter een paar honderd ton ophalen. Die worden doorverkocht aan Amerikaanse en Canadese arctische basissen of nederzettingen. Het eiland heeft echt twee kanten. Eerst de puinhoop die de mensheid achterlaat en daarnaast doet de US Fish and Wildlife Service er alles aan om de natuur in al haar glorie te herstellen. Achter de mist in de dalen grazen kariboes en roken de vulkanen.

De dagen zijn nu lang. In de winter kort. Nu is het gemiddeld 12 graden overdag. In de winter net onder nul. In de zomer is het meestal dicht van de mist. In de winter stormt het. In de lagunes en langs de kust leven zeeotters en op de zandbank in Clam Lagoon zag ik zeehonden liggen, Kariboes (elanden) zijn er ooit geintroduceerd en er leven momenteel zo’n 2.700 exemplaren wild op het eiland. In de dalen hoor ik het ruisen van kleine stromen en watervallen.

 

Adak lies hidden in the mist. Sometimes a mountain peak rises above the mist. It is almost dark when I anchor in Sweepers Cove. The next day I report myself and I am directed to a berth alongside some old tugs. The harbor master is Elaine Smiloff. Welcome to Adak. 51°53′0″N 176°38′42″W I borrow her car to drive around the island. Her cousin Brian accompanies me.

 

 

Where once six thousand people lived and worked (this was a US military base), the houses and workshops and hangars are still standing, the soldiers have gone. Now no more than 260 people are living here. You can buy a house for $ 15,000. Underground 80 million liters of fuel are stored for private use, and an oil barge comes to collect a few hundred tons every fourteen days. These are sold on to American and Canadian arctic bases or settlements. The island really has two sides. First, the mess left by humanity, and second the US Fish and Wildlife Service is doing everything it can to restore nature to all its glory. Caribou graze and smoke behind the mist in the valleys.

 

 

The days are long now. Short in winter. Now it is an average of 12 degrees C during the day. In winter just below zero. In summer it is usually thick of fog. In the winter it storms. Sea otters live in the lakes and along the coast and on the sandbank in Clam Lagoon I saw seals. Caribou (moose) were introduced and there are currently about 2,700 specimens on the island. In the valleys I hear the murmur of small streams and waterfalls.


Posted in Uncategorized by

Kiska and the forgotten war (Dutch/English)

 

Kiska 51.973°N 177.495°E  heeft een prachtige vulkaan en het is een actieve. Soms hangt er een rookpluim boven. Het eiland is kaler dan Attu maar het is ook heviger gebombardeerd, gedurende de 2de werekdoorlog.  Alle heuvels zitten echt vol bomkraters en er ligt heel veel puin, zelfs hele kanonnen en mitrailleurs.

 

 

Toen de Amerikanen landden waren de Japanners reeds gevlogen. Het hele eiland zit vol tunnels. De Jappen hadden zich helemaal ingegraven. Uit een boek leer ik dat er 35.000.000 kilo bommen op het eiland is gegooid. Ik loop rond het verroeste afweergeschut. Na de oorlog hebben de Amerikanen hier lang een grote basis gehad. Nu is alles weg en er is niks meer over dan puin. In de baai zwemmen eenden met hun jongen. Twee arenden (Bald Eagles) hebben een nest gebouwd. Op de eerste heldere dag sinds ik op de Aleoeten ben is het zonnig en ik lig op m)n rug in het gras.

 

Kiska 51.973°N 177.495°E has a beautiful volcano and it is an active one. Sometimes you see a plume of smoke above it. The island is more barren than Attu, but it is also more heavily bombed during WW2. All hills are really full of bomb craters and there is a lot of debris, even whole cannons and machine guns. When the Americans landed, the Japanese had already flown. The whole island is full of tunnels. The Japs had completely buried themselves. From a book I learn that 35,000,000 kilos of bombs have been dropped on the island. I walk between rusted anti-aircraft guns. After the war, the Americans had a large base here for a long time. Now everything is gone and there is nothing left than debris. Ducks swim with their young in the bay. Two eagles (Bald Eagles) have built a nest. On the first clear day since I am on the Aleutian Islands it is sunny and I am lying on my back in the grass.


Posted in Uncategorized by

Everyone leaves, Attu remains (Dutch/English)

Voor deze eiland serie maak ik een sprong van het zuidelijk halfrond naar het hoge noorden. Naar de Aleoeten, een keten van eilanden tussen Kamtchatka en Alaska. Ik zie Attu 52°54′09″N 172°54′34″E pas als ik al dichtbij ben. Het eiland ligt in een mistbank. De noordkust heeft sneeuw in de dalen. De bergen zijn groen. Wolkenslierten dwarrelen rond de pieken. Er zijn veel vogels en zwart-witte dolfijnen springen voor de boeg. Op de rotsen zitten zeeleeuwen. Ik loop Chichagof baai binnen en anker daar. Er wordt een harde zuidooster voorspeld en dan lig je niet goed in Massacre Bay.

De 18e juli ga ik naar Massacre Bay. Ik lig in een heel mooi baaitje met de naam Navy Cove. Deze mooie plek ligt achter landpunten en rotsen. Het is stil. Het lijkt zelfs stiller dan Chichagof maar er is ook minder wind en de temperatuur is 10 graden. Er is een oude verrotte steiger, veel meeuwen en papegaaiduikers, mooi donker achterland, watervallen aan de andere kant. Er zijn ook geen bomen. Wel veel hoog gras en bloempjes zoals in de toendra. Hier is niemand. Het kustwachtstation is een half uurtje lopen. Er zitten daar 20 man. Volgende maand, om precies te zijn 26 augustus 2010, wordt Attu dan ook verlaten. Ledereen vertrekt. Attu blijft.

 

I make a leap from the southern hemisphere to the far north. To the Aleutian Islands, a chain of islands between Kamtchatka and Alaska.

I don’t see Attu until I’m close. The island is in a fog bank. The north coast has snow in the valleys. The mountains are green. Strings of clouds swirl around the peaks. There are many birds and black and white dolphins are jumping in the wake of Juniper. Sea lions on the rocks. I enter Chichagof bay and anchor. A strong south east is predicted and this place gives more shelter than Massacre Bay.

July 18th I go to Massacre Bay. I anchor in a very nice bay called Navy Cove. This beautiful place is located behind land points and rocks. It is quiet. It seems even quieter than Chichagof, but there is also less wind and the temperature is 10 degrees Celsius. There is an old rotten jetty, lots of gulls and puffins, beautiful dark hinterland, waterfalls on the other side. There are no trees. A lot of tall grass and flowers like in the tundra. Nobody is here. The coastguard station 52°51′N 173°11′E is an half hour walk. There are 20 men there. Next month, to be exact August 26, 2010, Attu will be abandoned. Everyone leaves. Attu remains.

 


Posted in Uncategorized by

Where lies the land to which the ship would go?

Where lies the land to which the ship would go?
Far, far ahead, is all her seamen know.
And where the land she travels from? Away,
Far, far behind, is all that they can say.

( Arthur Hugh Clough 1819 –1861 )

 


Posted in Uncategorized by