And a great rain came from the mountains … ( Dutch/English)

Aan de rand van een eindeloze diepe fjord kijk ik uit over de zinderende leegte die zich van mij niets aantrekt. De mens heeft geen boodschap aan de natuur. De natuur hier heeft een boodschap aan de mens. Daar was ik. De ervaring was rauw en fascinerend op zijn eigen manier.

Voor ik weg ging zei ik i.p.v ik ga naar Alaska, ik ga naar Beau en Fran …. Beau en Fran komen voor in m’n boek, Een krijger onderweg naar huis.

En als ik over deze reis vertel is het vaak over deze mensen, want mensen vragen mij over mensen. De mens moet praten. Ik ken geen boek wat niet over mensen gaat, het gaat altijd over mensen. Maar de echte reden om deze keer naar de panhandle te gaan was om de wereld aan me voorbij te laten gaan en geen beschrijving is de juiste. Er is geen schrijver, zelfs de besten niet, die woorden genoeg hebben voor de diepste emoties en vaak, als die er zijn, dan is het menselijke aspect het belangrijkste … emotie, gevoel, meningen en oordelen … nooit het landschap.

Ik bracht mijn tijd door in het niets, niet omdat ik midden in een spiritueel ontwaken bent, maar omdat er opnieuw niets anders te doen is. Buiten de normale invloeden van het toerisme dwaalt je geest af naar een staat van pure rust …

On the edge of an endless deep fjord I look out over the blistering void that does not attract anything from me. Man has no message to nature. Nature here has a message to man. There I was. The experience was raw and fascinating in his own way.

Before I left I said, I’m going to Alaska, I said, I’m going to Beau and Fran …. Beau and Fran appear in one of my books. And when I talk about this trip, it’s often about these people, because people ask me about people. Man has to talk. I do not know a book that is not about people, it’s always about people. But the real reason this time to travel to the panhandle was to let the world pass me by and no description is the right one. There is no writer, not even the best, who have enough words for the deepest emotions and often, if there are, then the human aspect is the most important … emotion, feeling, opinions and judgments … almost never landscapes.  

I spent my time in nothingness, not because I am in the middle of a spiritual awakening, but because there is nothing else to do. Outside the normal influences of tourism your mind wanders to a state of pure peace …

And a great rain came from the mountains…


Posted in Uncategorized by

…. uit Lot Onbekend ( English translation later}

Heel de nacht had hij Sirius aan zijn linkerkant gehouden, terwijl Orion hoog langs de hemel trok. Hij keek naar de lucht. Wolken gaven aanwijzingen door hun vorm, kleur en plaats aan de hemel. Bruine wolken voorspellen een harde wind; hoge wolken geen wind, maar veel regen. Hun bewegingen onthulden de kracht en de richting van de wind en de stabiliteit van de bovenlucht. De verschillende patronen wolken die zich vormen boven bossen, bergen of de woestijn laten het landschap zien ver voor die te zien is. Licht  kan worden gelezen. De kleuren van de regenboog, de sterren, de manier waarop ze fonkelen en dimmen kunnen tekenen zijn van een naderende storm. Een rode lucht bij zonsopgang geven vochtigheid in de lucht weer en is een van opkomend slecht weer. Maar laat die rode lucht zich in de avond zien dan blijft het vaak mooi weer. Een halo rond de maan wijst op naderende regen, want het wordt veroorzaakt doordat licht door ijskristallen in de wolken schijnt, beladen met vocht.

Het aantal sterren in de halo anticipeert op de intensiteit van de storm; als er minder dan tien zijn, verwacht dan harde wind en hevige regen. Wanneer er een dubbel stralenkrans rond de maan ligt zal de storm snel naderen. Ondertussen dacht hij over het leven, waarin hij mensen die hij tegen kwam, maar één keer tegen kwam en daarna nooit meer.


Posted in Uncategorized by

Gedachten tussen de Alaska reis en Het leven op aarde van J. Slauerhoff ( in Dutch only)

Tekst uit HET LEVEN OP AARDE van J. SLAUERHOFF

Een lage lange bergrug liep terug naar het Land der Sneeuw, de top waartegen ik had opgezien rondde zich op het eind, de zon lag er naast. Het was niet groot en overweldigend, niet meer dan een pijp met de lange steel en het lampje dat er naast gloeit. En de wolken dreven erboven als de rook die de gelukzalige heeft geademd.

Ook dat begeerde ik niet meer.

Ik zou soms terugverlangen naar Wan Tsjen, steeds weer in jarenlange meditaties verzonken of in strijd tegen het geestenleger. Zou hij mij niet, als ik mijn jaren in het rijk had rondgezworven, ergens opwachten? Het had geen zin. Tegen hen die hij bestreed was ik machteloos. Toch verlangde ik naar hem als mijn laatste metgezel.

Maar wellicht gaan in het rijk vele schimmen rond zooals ik, en zullen wij elkaar menschelijk begroeten, in berookte herbergen bijeenzitten om slechte maar warme wijn, gedachten wisselen en inscripties lezen, die vroeger voorbijtrekkenden daar in de muren hebben gegrift, die de tijd niet kan uitwisschen en waaraan de levenden zich nooit zullen vergrijpen. Zoo zal het verder niet eens zoo eenzaam zijn en zal ik tenslotte ook het westelijk paradijs vergeten, zal er niet eens rouw overblijven dat ik geen andere zin dan mijzelf vond voor mijn leven op aarde.

Posted in Uncategorized by

From LOT ONBEKEND … FATE UNKNOWN ( Dutch/English)

Ik hou van niets, ik haat niets. Ik ben gewoon wie ik wil zijn. Hier word ik niet afgeleid door anderen met steeds weer veranderende meningen. Hier voel ik mij de reizende pelgrim, een gevangene, een slaaf van mijn eigen zijn.

Ik voel me één met het grootse om mij heen. Ik ben me bewust van het gevaar want mijn schip is klein en de zee is zo groot. Ik kijk soms, op die windstille dagen met een zee als een spiegel, in de verre diepte en zie schitteringen van licht in de oneindigheid waartussen vissen zwemmen. Ik ben. Ik besta onder de tropenzon of onder de stormluchten van de hoge breedten. Onder de Grote Beer en onder het Zuiderkruis. Op de lange passaatdeining in de equatoriale stiltezone en tussen de steile stormgolven van de Noord-Atlantic of de “roaring forties “ in de Zuidelijke oceanen.

Albatrossen spelen hoog in de lucht. Ik zie ze nauwelijks hun vleugels bewegen. Ik kijk slechts. Ik weet dat albatrossen altijd terug komen naar hun geboorteplek. Het mag dan jaren duren. Ze zweven soms de wereld rond. Hoog in de lucht, zwevend op de luchtstroom.

Ik glimlach vaak als ik hier aan denk. Mijn eiland ligt daar voor mij. Bomen langs het gele strand. Helder blauw water. Een lagune om te ankeren. Een plek om te zijn. Ik lach hardop en schrik van mijn eigen geluid. Het klinkt schraperig, ruw, etterig en grijs. Om mijn benen wat te strekken loop ik op het strand heen en weer. Dit paradijs laat mij de strandlelies vergeten.

I do not love, I do not hate. I’m just who I want to be. Here I am not distracted by others with constantly changing opinions. Here I am the traveling pilgrim, a prisoner, a slave of my own being. I feel one with the grandness around me. I am aware of the danger because my ship is small and the sea is so big. I sometimes look, on those windless days with a sea like a mirror, in the far depth and see glare of light in the infinity where fishes live. I am. I exist under the tropical sun or under the storms of the high latitudes. Under the Great Dipper and under the Southern Cross. On the long swell in the trade of silence and between the steep storm waves of the North Atlantic or the “roaring forties” in the Southern oceans.

Albatrosses play high in the air. I hardly see them moving their wings. I just watch. I know that albatrosses always come back to their birthplace. It may take years. They sometimes travel around the world. High in the air. I often smile when I think of this. My island is there for me. Trees along the yellow beach. Clear blue water. A lagoon to anchor. A place to be. I laugh out loud and frighten my own sound. It sounds scrapey, rough, purulent and gray. To stretch my legs a bit I walk back and forth on the beach. This paradise lets me forget the lilies on that beach.


Posted in Uncategorized by