Adak, and the murmur of small streams and waterfalls. (Dutch/English)

 

 

 

 

 

 

 

 

Adak ligt in de mist. 51°53′0″N 176°38′42″W Soms komt een top van een berg boven de mist uit. Het is bijna donker wanneer ik in Sweepers Cove anker. De volgende dag meld ik me en word ik naar een ligplaats langszij een paar oude slepers gedirigeerd. De havenmeester is Elaine Smiloff. Welkom op Adak. Van haar krijg ik een auto te leen om over het eiland te rijden. Brian, haar neefje vergezeld me.

 

 

Waar ooit zesduizend mensen woonden en werkten (dit was een Amerikaanse militaire basis) staan de huizen en de werkplaatsen en de hangars nog, de militairen zijn verdwenen. De basis is opgeheven. Er wonen nu niet meer dan een paar honderd mensen. Voor 15.000 dollar kun je er een huis kopen. Ondergronds ligt 80 miljoen liter brandstof opgeslagen, voor eigen gebruik, en om de veertien dagen komt een olielichter een paar honderd ton ophalen. Die worden doorverkocht aan Amerikaanse en Canadese arctische basissen of nederzettingen. Het eiland heeft echt twee kanten. Eerst de puinhoop die de mensheid achterlaat en daarnaast doet de US Fish and Wildlife Service er alles aan om de natuur in al haar glorie te herstellen. Achter de mist in de dalen grazen kariboes en roken de vulkanen.

De dagen zijn nu lang. In de winter kort. Nu is het gemiddeld 12 graden overdag. In de winter net onder nul. In de zomer is het meestal dicht van de mist. In de winter stormt het. In de lagunes en langs de kust leven zeeotters en op de zandbank in Clam Lagoon zag ik zeehonden liggen, Kariboes (elanden) zijn er ooit geintroduceerd en er leven momenteel zo’n 2.700 exemplaren wild op het eiland. In de dalen hoor ik het ruisen van kleine stromen en watervallen.

 

Adak lies hidden in the mist. Sometimes a mountain peak rises above the mist. It is almost dark when I anchor in Sweepers Cove. The next day I report myself and I am directed to a berth alongside some old tugs. The harbor master is Elaine Smiloff. Welcome to Adak. 51°53′0″N 176°38′42″W I borrow her car to drive around the island. Her cousin Brian accompanies me.

 

 

Where once six thousand people lived and worked (this was a US military base), the houses and workshops and hangars are still standing, the soldiers have gone. Now no more than 260 people are living here. You can buy a house for $ 15,000. Underground 80 million liters of fuel are stored for private use, and an oil barge comes to collect a few hundred tons every fourteen days. These are sold on to American and Canadian arctic bases or settlements. The island really has two sides. First, the mess left by humanity, and second the US Fish and Wildlife Service is doing everything it can to restore nature to all its glory. Caribou graze and smoke behind the mist in the valleys.

 

 

The days are long now. Short in winter. Now it is an average of 12 degrees C during the day. In winter just below zero. In summer it is usually thick of fog. In the winter it storms. Sea otters live in the lakes and along the coast and on the sandbank in Clam Lagoon I saw seals. Caribou (moose) were introduced and there are currently about 2,700 specimens on the island. In the valleys I hear the murmur of small streams and waterfalls.


Posted in Uncategorized by with comments disabled.