Japan, Juniper voyage 2010: The country shows me a thousand shades of green and the Japanese cherryblossom blooms. (Dutch/English).

 

 

 

 

 

 

 

 

We komen de volgende dag om 9 uur ‘s avonds aan in Naze op Amami-Oshima. Ik voel me lekker tussen vissersboten, vissers, bootjesmensen in een buitenwijk van Naze. De havens zijn hier opgebouwd met allerlei pieren en havenhoofden, in geval van tyfoons en tsunami’s. In de haven word ik nu buigend begroet door oude mensjes die dagelijks op hun bankje zitten. Ik groet terug. Ik hou van die oosterse buiging. Het is pas begin maart en ook hier geldt: Maart roert z’n staart. Het is bewolkt, het regent regelmatig en het stormt twee dagen. Windkracht 8 – 9. Ik lig goed met vissersbootjes naast mij. De volgende dag begon de boot te schudden en te trillen en ik hoorde sirenes. Het was een aardbeving. Tegelijkertijd werd er een tsunamiwaarschuwing uitgegeven.

 

 

 

In dertig uur zeil ik van Amami naar Aburatsu. Aburatsu is al meer Japans dan Okinawa en Amami samen. Kleine, smalle straatjes. Bloempotten voor de deur. Een prachtige Shinto schrijn en een boeddhistische tuin met stenen poppen (Jizo, god van de kinderen) met slabbetjes. Natuurlijk is er ook een modern Aburatsu met flatgebouwen en een grote supermarkt. Meneer Suzuki nam me vandaag mee naar een onsen (sauna en bron ineen),  De volgende dag rijdt hij mij door de omgeving.

 

 

Rogier komt een paar weken aan boord. We doen Owase aan en zeilen de dag er op naar Shima. Ik had doorgegeven dat we eraan kwamen en mijn vriend Hiroshi staat klaar om de touwtjes aan te pakken. De haven ligt mooi tussen groene heuvels. Hier lig ik een tijdje. Ik ga zelfs een keer naar Nederland om mijn moeder een laatste keer te zien.

 

 

 

Ik heb weer eens tussen de massa gelopen. We bezochten de boeddhistische tempels van Nara en de Shinto schrijnen van Ise. Het land laat me duizend tinten groen zien en de Japanse sierkers (prunus serrulata) staat in bloei. Bijna elke dag worden we uitgenodigd ergens heen te gaan, ergens te eten, iets te zien. Japanners houden van hun land en willen dat laten zien.

 

 

We arrive in Naze at Amami-Oshima the following day at 9pm. I feel comfortable among fishing boats, fishermen, boat people in a suburb of Naze. The ports are built here with all kinds of piers and breakwaters, in case of typhoons and tsunamis. In the harbor I am now greeted by old people who sit on their bench contemplating the day. I salute back. I like that oriental bow. It is only the beginning of March and here also applies: March stirs its tail. It is cloudy, it rains regularly and it storms for two days. Wind force 8 – 9. I am comfortable with fishing boats next to me. The next day the boat started to shake and vibrate and I heard sirens. It was an earthquake. At the same time, a tsunami warning was issued.

 

In thirty hours I sail from Amami to Aburatsu. Aburatsu is already more Japanese than Okinawa and Amami combined. Small, narrow streets. Flower pots on the doorstep. A beautiful Shinto shrine and a Buddhist garden with stone dolls (Jizo, god of the children). Of course there is also an modern Aburatsu with apartment buildings and a large supermarket. Mister Suzuki took me today to an onsen (sauna and hotspring together). The next day he drives me around and shows me his country.

 

 

 

 

 

Rogier comes on board for a few weeks. We visit Owase and sail the day after to Shima. My friend Hiroshi is ready to take the mooring lines. Shima harbor is beautifully situated between green hills. Here I met friends from the past and made friends of the present. I once again walked among the crowd. We visited the Buddhist temples of Nara and the Shinto Shrines of Ise. The country shows me a thousand shades of green and the Japanese cherryblossom (prunus serrulata) is in bloom. Almost every day we are invited to go somewhere, eat somewhere, see something. Japanese love their country and want to show that to the visitor.


Posted in Uncategorized by with comments disabled.