Finisterre es la ultima sonrisa del caos del hombre asomandose al infinito. Finisterre is the last smile of the chaos of man peering into infinity. Finisterre is de laatste glimlach van de chaos van de mens die in de oneindigheid tuurt. ( Camilo José Cela )

Finisterre es la ultima sonrisa del caos del hombre asomandose al infinito.

Finisterre is the last smile of the chaos of man peering into infinity.

Finisterre is de laatste glimlach van de chaos van de mens die in de oneindigheid tuurt.

( Camilo José Cela )

 

 

In mijn Koopvaardij tijd ben ik er wel 1000 keer langs Finisterre gevaren. In die tijd was het weerbericht de beroemde Shipping forecast op BBC longwave 198 kHz. Ging je naar het zuiden dan had je na Finisterre het slechte weer gehad. Ging je naar het noorden dan kreeg je vaak het viese weer na Finisterre.

 

 

De eerste keer dat ik daar ankerde was met de Orowa, onze 46 ft Wharram cat, waar we later een wereldreis meer hebben gemaakt. En dat kwam van pas in 1978. Ik was kapitein van de Strombeek. De Strombeek werd plat geslagen, de deklast schuift en het schip blijft met 50 graden slagzij liggen, ik druk het alarm in en zet de motor uit …iedereen was binnen een paar minuten op de brug, iedereen had zijn reddingsvest bij hem, iedereen keek mij aan.

Kort overleg. Eerst een Pan bericht de deur uit, geen Mayday, geen directe nood want we dreven. Aan dek is het gevaarlijk; je loopt op een gekenterd schip. De mannen aan dek deden het voortreffelijk. De eerste sjordraden knapten los en een gedeelte van de deklast ging overboord. Toen nog een paar kabels en er ging meer. Het schip kwam overeind, we bleven met twintig graden slagzij liggen. Dat meldde ik aan de Franse kustwacht. Alles onder controle. De kok bracht hete koffie. Overleg met de stuurman en de hoofd-wtk; de motoren waren weer gestart. 6 uur later waren we weer onderweg. Ik had gezegd dat ik een mooie baai kende achter Kaap Finisterre, daar konden we de deklast opnieuw sjorren. Vierentwintig uur later lagen we ten anker.

Op het kantoor van Spliethoff bleek er gezegd te zijn; goed opgelost en het was meteen een goede vuurdoop voor de nieuwbakken kapitein.

In tussentijds stond er in een Nederlandse krant het volgende bericht:

20 januari 1978. – Het Nederlandse vrachtschip Strombeek bevindt zich op de Atlantische Oceaan in moeilijkheden. Vrijdagochtend om half tien seinde kapitein H. de Velde aan Brest-Leconquet-radio dat de deklading was gaan schuiven en dat hij assistentie nodig had. Het schip bevond zich toen op 150 mijl ten zuidoosten van de punt van Bretagne. Verscheidene schepen, die in de buurt waren, waren op weg naar de Strombeek. De 1.599 ton metende Strombeek is met een lading hout op weg van Finland naar Algiers. Er bevinden zich negen bemanningsleden aan boord, bij wie enkele Nederlanders. Eigenaar van de Strombeek is Spliethoffs bevrachtingskantoor BV in Amsterdam. Omstreeks tien uur seinde kapitein De Velde dat een van de te hulp gekomen schepen zich op twee mijl afstand van hem bevond en dat hij daarmee in contact bleef. De overige schepen kunnen hun normale koers weer vervolgen.

 

 


Later ben ik er weer met de Orowa geweest en met de Alisun en de Juniper en nu dus met de Solitario.

Deze rotskust die de Kust van de Dood heet is het scenario geweest van menige schipbreuk. Volgens de legende van de Christus van Fisterre werd tijdens een storm een beeld met een baard van goud in zee gegooid om het schip te ontlasten. Toen, op een dag, kreeg een visserman het in zijn net. Zoals zo vaak gebeurde, zag men dit beeld aan voor een beeld van de Christus.

“ … we voeren naar Finisterre, een woord dat het einde van de wereld betekent. Je ziet er alleen maar hemel en water en ze zeggen dat de zee zo onstuimig is dat niemand erop kan varen, en dat is de reden dat men niet weet wat er achter de zee is. Ze zeiden tegen ons dat een paar mannen, die er begerig naar waren geweest het te onderzoeken, met hun schepen zijn verdwenen en dat niemand van hen ooit is teruggekeerd.’

Uit: O mar tenebroso, De donkere, angstaanjagende zee — Joao de Lousada de Ledesma (1420 – 1476)

Wat ik vooral niet moet vergeten te vermelden is dat er voor die van ‘seafood’ houdt geen betere plek op aarde is dan Galicië. Elke plaats heeft tientallen restaurants waar naast vis, mossels, schelpen, kokkels, inktvis, spartelbeestjes, sliertjes en noem maar op, ruim wordt geserveerd. Met een glas lokale wijn erbij… niet te versmaden!

.

During my Merchant Navy time I passed the cape a 1000 times. At that time we listened to the famous Shipping forecast on BBC longwave 198 kHz. If you went south, after Finisterre the bad weather was done. If you went to the north, you often got the dirty weather often after Finisterre.

The first time I anchored behind the cape was with Orowa, our 46 ft Wharram cat. And that came in handy in 1978. I was captain of the freighter MV Strombeek.

The Strombeek was capsized on the high steep wave, the deck load shifted and the ship remains heeled at 50 degrees, I press the alarm and switch off the engine … everyone was on the bridge within a few minutes, everyone had their life jacket with him, everyone looked at me.

Short consultation. First a Pan message, no Mayday, no immediate life danger, because we were still afloat. It is dangerous on deck; you walk on a heavy listed ship. The men on deck did an excellent job. The first lashing wires broke loose and part of the deck cargo went overboard. Then a few more cables and more went. The ship straightened, we were heeling twenty degrees. I reported this to the French coast guard. Everything under control. The cook served hot coffee. Consultation with the mate and the head engine room; the engines had started again. Six hours later we were on our way again. I said that I knew a beautiful bay behind Cape Finisterre, where we could lash the deck cargo again. Twenty-four hours later we were anchored.

At Spliethoff’s mainoffice they said; well resolved and it was a good baptism of fire for the new captain.

In the meantime, a Dutch newspaper reported the following:

January 20, 1978. – The Dutch cargo ship Strombeek is in trouble on the Atlantic Ocean. On Friday morning at half past nine, Captain H. de Velde signaled to Brest-Leconquet radio that the deck cargo had shifted and that he needed assistance. The ship was then 150 miles southeast of the tip of Brittany. Several ships in the vicinity were on their way to the Strombeek. The 1,599-ton Strombeek is on its way from Finland to Algiers with a cargo of wood. There are nine crew members on board, some of whom are Dutch. The owner of the Strombeek is Spliethoffs BV in Amsterdam. About ten o’clock Captain De Velde signaled that one of the ships that had come to the rescue was two miles away from him and that he remained in contact with it. The other ships can resume their normal course.


 

 

Later I anchored again behind the Cape with Orowa and with Alisun and Juniper and now with Solitario.

 

 

 

 

 

This rocky coast called the Coast of Death has been the scenario of many a shipwrecks. According to the legend of the Christ of Fisterre, an image with a gold beard was thrown into the sea during a storm to relieve the ship. Then one day a fisherman got it in his net. As so often happened, this image was taken for an image of the Christ.

 

“… We sailed to Finisterre, a word that means the end of the world. You only see sky and water and they say the sea is so turbulent that no one can sail on it, and that is why they don’t know what is beyond the sea. They told us that some of the men who had been eager to investigate disappeared with their ships and none of them ever returned. ‘

From: O mar tenebroso, The dark, terrifying sea – Joao de Lousada de Ledesma (1420 – 1476)

 

 

 

What I should not forget to mention is that for those who love seafood there is no better place on earth than Galicia. Each place has dozens of restaurants where, in addition to fish, mussels, shells, cockles, squid, floppy bugs, strings and you name it, is generously served. With a glass of local wine … not to be missed!


Posted in Uncategorized by with comments disabled.