Het waagstuk van de enkeling .. ( Dutch/English) ..want toen ik daar was wilde ik hier zijn, maar nu ik hier ben wil ik weer daar zijn! .. Lost again and found again in steep crests and deep trogs or in the icy silence of a frozen night …

HET WAAGSTUK VAN DE ENKELING

  • ‘Ik ontvlucht de nabijheid van mensen niet, maar het is de eeuwige verre
  • afstand tussen mens en mens die mij in de eenzaamheid drijft.’
  • —(Nietzsche)
  • ‘Me no got house; me all time live moving; light fire, make tent, sleep;
  • all time go hunt, how have house?’
  • (Dersu Uzala)
  • ‘Eén is alles, alles is één, de ziel zal niet sterven.’
  • ‘Cooma el ngruwar, ngruwar el cooma, illa booka mer ley urrie urrie.’
  • —(Aboriginal)

 

 

Het begon al dag te worden. Een bleek rood kleurde de horizon. Nog een paar dagen dan ben ik thuis. Thuis … terug in de wereld van de getemde mens. Ik word verwacht. Is het zwaar geweest¤ Ach, het ging wel… We zijn blij dat je er bent! Ik ook… want toen ik daar was wilde ik hier zijn, maar nu ik hier ben wil ik weer daar zijn!

 

 

Twee wegen. Aan de ene zijde van de tweesprong, het pad langs de voortuintjes met de bloemenperken. Het goedgeplaveide pad waar de voet geen obstakels ontmoet. Het brede pad van de orde, de goedonderhouden oprijlaan naar de dood waar de pijper van Hamelen de argeloze wandelaar binnenlokt met zijn vreemde melodic die de zachtmoedigheid heeft van het Angelus en de wreedheid van een militaire mars.

 

De tweede weg van de tweesprong is nauwelijks een weg te noemen. Het is niet meer dan een onduidelijk spoor dat zich kronkelend door de bomen wringt en door de wortels, de aarde en het gras.

Onderbroken en een eind verder plotseling weer herkenbaar in de vlucht van een vogel. Dat zich opnieuw verloor en terug werd gevonden in steile golfkammen en diepe dalen of in de ijzige stilte van een bevroren nacht…

 

 

 

 

 

 

LOT ONBEKEND …. het waagstuk van de enkeling.

 

 

 

 

 

  • “I do not flee from the presence of people, but it is the eternal
  • distance between man and man that drives me into loneliness. “
  • (Nietzsche)
  • “Me no got house; me all time live moving; light fire, make tent, sleep;
  • all time go hunt, how have house? “
  • (Dersu Uzala)
  • “One is all, all is one, the soul will not die.”
  • “Cooma el ngruwar, ngruwar el cooma, illa booka mer ley urrie urrie.”
  • – (Aboriginal)

 

 

It was already dawning. A pale red colored the horizon. A few more days then I’ll be home. Home… back in the world of the tamed man. I am expected. Has it been tough? Well, it went well … We’re glad you’re here! Me too … because when I was there I wanted to be here, but now that I’m here I want to be there again!

 

 

 

Two roads. On one side, the path along the front gardens with the flowerbeds. The well-paved path where feet meet no obstacles. The broad path of order, the well-maintained driveway to death where the piper of Hamelin lured in the unsuspecting walker with its strange melody that had the meekness of the Angelus and the cruelty of a military march.

 

The second road could hardly be called a road. It is nothing more than an indistinct trail twisting its way through the trees and through the roots, the earth and the grass.

That was interrupted and a little further suddenly recognizable again in the flight of a bird. Lost again and found again in steep crests and deep trogs or in the icy silence of a frozen night …


Posted in Uncategorized by with comments disabled.