… en nu 5 jaar later, na 5 winters in de Roggebotsluis, lig ik weer in de Buitenhaven in Kampen (Dutch/English) …. I decide to stay in the walled town. In a sheltered spot in the Buitenhaven of Kampen. Ready to go, yes, always ready to go.

En ik die de wonderwerken van de diepte heeft gezien; ik loop door de uitgestrektheid van de polder en de hele hemel draait op de middag om me heen. Het mag dan vaak grijs zijn, altijd is er een strook van blauwheid, met witte wolken. De ene keer ligt mijn koers naar het zuiden, de andere keer naar het noorden. Niet altijd naar die heldere lucht daar aan het eind van het grijs. Ik loop, ik vaar, ik beweeg me naar de richting van mijn hart. Want als er geen hart, is, als er geen verlangen heerst, als er geen dromen zijn dan pas wordt het grijs, donker.

Ik kijk naar de verre verte en loop de dijk op. De wind duwt me in een richting. Ik voel de regenwolken naar me toe komen. In de verte zie ik tractoren op het land. Oude boerderijen geven de horizon profiel. Het gras is groener dan waar ook. Ik voel me het middelpunt in de leegte. Grote contrasten in kleur: groen, zwart, blauw, wit. Kijk ik naar links dan zie ik de verte van de polder. Kijk ik naar rechts: dan zie ik paden, om te lopen of te fietsen, landweggetjes, sloten en hekken. Het is een land waar ik van kan houden. Ik kan er wandelen, mijmeren en genieten. Maar het is een polder waar alles onder controle is. Een lappendeken. Een gefiguurzaagd landschap waar alle contrasten precies passen als in een legpuzzel. Dat is ook Nederland.

Ik besluit om in het ommuurde stadje te blijven. Op een beschutte plek in de Buitenhaven van Kampen. Vaarklaar, dat wel, vaarklaar.

Dat was 2015 … en nu 5 jaar later, na 5 winters in de Roggebotsluis, lig ik weer in de Buitenhaven in Kampen …. vaarklaar, dat wel, vaarklaar.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

And me, who saw the wonders of the deep; I walk through the vastness of the polder and the whole sky revolves around me at noon. It may often be gray, but there is always a strip of blueness, with white clouds. Sometimes my course is south, other times north. Not always to that clear sky there at the end of the gray. I walk, I sail, I move towards my heart. Because if there is no heart, if there is no desire, if there are no dreams, only then does it turn dark.

I look into the distance and walk up the dike. The wind is pushing me in one direction. I can feel the rain clouds coming towards me. In the distance I see tractors on the land. Old farms give the horizon profile. The grass is greener than anywhere else. I feel like the center of the void. Great contrasts in color: green, black, blue, white. When I look to the left I see the distance of the polder. I look to the right: then I see paths, for walking or cycling, country roads, ditches and fences. It’s a country I can love. I can walk, muse and enjoy. But it is a polder where everything is under control. A patchwork quilt. A figured landscape where all contrasts fit exactly as in a jigsaw-puzzle. That is also the Netherlands.

 

I decide to stay in the walled town. In a sheltered spot in the Buitenhaven of Kampen. Ready to go, yes, always ready to go.

That was 5 years ago … and now after 5 winters in de small harbour of Roggebotsluis, I am back in the Buitenhaven in Kampen … ready to go, yes, always ready to go.

Photo: Havenmeester WSV Buitenhaven.


Posted in Uncategorized by with comments disabled.