PART 2 …‘Je suis né te connaitre, pour te nommer, liberté’ (Paul Eluard) … about a book (dutch/English) Ik las de Brief van A.H. Nijhoff (de vrouw van de dichter Martinus Nijhoff) en heb me het boek toegeëigend, gestolen dus uit de boekenkist. Sindsdien sleep ik dat boek nog steeds, op al mijn reizen, met mij mee.

 

 

 

 

In 1964 ging ik dus varen. Op alle schepen hadden ze een boekenkist. Ik las de Brief van A.H. Nijhoff (de vrouw van de dichter Martinus Nijhoff) en heb me het boek toegeëigend, gestolen dus uit de boekenkist. Sindsdien sleep ik dat boek nog steeds, op al mijn reizen, met mij mee.

 

 

 

 

 

Het verhaal begint in Nederland waar, na de oorlog, Evert een brief krijgt. Hij is getrouwd met Estella. Zij verwacht een kindje. Die brief, die hij liever niet had gehad, zegt hem dat Lennart, de laatste zijn vier vrienden, gestorven is op de dag dat Pearl Harbor gebombardeerd werd. Het verhaal speelt tijdens de wederopbouw van Europa. De herinnering aan Serena, Jozef, Nora en Lennart is een reis naar het verleden van Evert. Het gaat over de waarde van geloof, liefde, oorlog, dood en leven. Het gaat over de eigen keuze. Toen ik het de eerste keer las wist ik nog niet dat existentialisme er zo’n belangrijke rol in speelde. Heeft een dier een tehuis, vraagt Jozef. Een dier graaft zich een hol, kreeg hij als antwoord. Een mens heeft evenmin een tehuis. Hij is een zwerver die zich een hol graaft waar zijn levensweg hem tot kamperen noodt.

Het begint met: ‘Je suis né te connaitre, pour te nommer, liberté’ van Paul Eluard en het eindigt met de woorden: ‘Over enkele maanden zou Estella de wekker niet meer nodig hebben: zij zou wakker worden met het kraaien van het kind. Als Estella moeder was, zouden de eerste woorden tot het kind de eerste woorden zijn waarmee ze antwoordde aan de menselijke stem, de eerste woorden waarmee ze deelnam aan het vrijheidsdialoog … zou de dialoog met het prachtige vlees haar bevrijden uit de monoloog van het Angelus…

Evert gaat weg. Hij geeft een ruk aan zijn ransel. Ik heb geen slaap,’ zegt hij. Uit duizenden kelen zongen de vogels de dag tegemoet.

 

 

 

In 1964 I went as a deckboy to sea. There was a book chest on all ships. These books could be swapped with other ships or swapped in a Seamans Mission. I read de Brief (the Letter) from A.H. Nijhoff (the wife of the poet Martinus Nijhoff) and kept that book, stolen from the bookcase. Since then, I have been dragging that book with me on all my travels.

The story begins in the Netherlands where, after the war, Evert receives a letter. He is married to Estella. She is expecting a baby. That letter, which he would rather not have gotten, tells him that Lennart, the last of his four friends, died the day Pearl Harbor was bombed. The story takes place during the reconstruction of Europe. His memory of Serena, Jozef, Nora and Lennart is a journey into Evert’s past. It’s about the value of faith, love, war, death and life. It’s about your own choice. When I first read it, I didn’t know existentialism played such an important role in it. Does an animal have a home, Jozef asks. An animal digs itself a hole, he got the answer. Nor does a person have a home. He is a wanderer who digs a hole where his path of life invites him to camp.

It starts with: ‘Je suis né te connaitre, pour te nommer, liberté’ by Paul Eluard and it ends with the words: ‘In a few months Estella would no longer need the alarm clock: she would wake up with the call of the child. If Estella was a mother, the first words to the child would be the first words with which she responded to the human voice, the first words with which to participate in the dialogue of freedom … the dialogue with the beautiful flesh would free her from the monologue from the Angelus … Evert is leaving. He tugs his knapsack. No time to sleep, “he says. Thousands of birds sang to the day.


Posted in Uncategorized by with comments disabled.