Freedom is a country without roads. (Dutch/English) … uit De Brief van A.H. Nijhoff … Ieder morgenrood plaatst de mens zich voor de tweesprong in zichzelf, dwingt hem te kiezen tussen het zoete lied en dat andere lied in hem, dat lied dat geen lied is maar de cri de coeur van de natuur de hoge sidderende toon van de leegte.

Freedom is a country without roads (Krishnamurti)

Aan de ene zijde van de tweesprong, het brede pad van ’god en gebod’ en orde: het brede gebaande pad langs de voortuintjes met de bloemenperken en schemerlampen; het goedgeplaveide pad waar de voet geen obstakel ontmoet. Het majestueuze brede pad waar de dood zijn verschrikking heeft verloren en de geboorte haar geheimzinnigheid. Waar de ziel in statuten is vastgelegd en het leven overzichtelijk als een wetboek. Het brede pad van de orde, de goedonderhouden oprijlaan naar de dood waar de pijper van Harmelen de argeloze wandelaar binnenlokt met zijn vreemde melodie …. welvaart en tevredenheid en orde.

De tweede weg van de tweesprong is nauwelijks een weg te noemen. Het was niet meer dan een onduidelijk spoor dat zich kronkelend door het schors van de bomen wringt en door de stengels van de planten, door de wortels, de aarde en het gras; onderbroken en een eind verder plotseling weer herkenbaar in de vlucht van een vogel, in de snelheid van een beek, een voetstap, de echo van een stem. Het spoor in steile bergruggen en gletschers en onbetreden sneeuw, om plotseling uiteen te vloeien in een verbijsterend ijzige stilte van een bevroren nacht… Het onduidelijke spoor dat plotseling weer herkenbaar wordt in het ritselen van water. Het spoor dat verder en verder gaat, vaag, onduidelijk, telkens zoek en telkens terug gevonden. .. de weg naar het leven en je eigen zelf.

Ieder morgenrood plaatst de mens zich voor de tweesprong in zichzelf, dwingt hem te kiezen tussen het zoete lied, de pijnloze dood en dat andere lied in hem, dat lied dat geen lied is maar de cri de coeur van de natuur de hoge sidderende toon van de leegte.

Uit: DE BRIEF van A.H. Nijhoff

On one side of the crossroad, the broad path of “god and commandment” and order: the broad path along the front gardens with the flowerbeds and twilight lamps; the well-paved path where the foot meets no obstacle. The majestic broad path where death had lost its terror and birth lost its mystery. Where the soul is laid down in statutes and life organized like a law book. The wide path of the order, the well-maintained driveway to death where Harmelen’s piper lures the unsuspecting walker with its strange melody…. prosperity and satisfaction and order.

The second road from the crossroads could hardly be called a road. It was nothing more than an indistinct trail, twisting its way through the bark of the trees and through the stems of the plants, through the roots, the earth, and the grass; that interrupted but a little further on suddenly recognizable again in the flight of a bird, in the speed of a brook, a footstep, the echo of a voice. Finds the trail again in steep ridges and glaciers and untrodden snow, suddenly dissolve into the bewildering icy silence of a frozen night … The indistinct trail that suddenly becomes recognizable again in the rustling of water. The trail that goes on and on, vague, unclear, always lost and always found. .. the search for life and your own self.

Every dawn puts man before the crossroads in himself, forces him to choose between the sweet song, the painless death, and that other song in him, that song which is not a song but the cri de coeur of nature the high trembling tone of the emptiness.


Posted in Uncategorized by with comments disabled.