Een Russische ervaring … de toendra strekt zich voor ons uit. De wodka gaat rond. .. (Dutch/English) .. The group consists of eight women and three men. Only the driver does not drink anything. The women drink the most. It’s a party. Again we are transferred over the fjord with the landing craft. At the seaside on the beaches, waders are pecking in the ground.

 

Het was de atlas die me deed dromen. Het was de zee die me trok. Provideniya ligt in een arm van een twintig mijl lange fjord. De heuvels om me heen zijn ongeveer 500 meter hoog.

 

 

 

De kleuren in de baai zijn duizend tinten grijs en blauw. Het heeft iets oosters. In het centrum staan de overblijfselen van wat ooit een mooie orthodoxe houten kerk is geweest. Het is onbelangrijk. Het leven gaat toch alleen om een baan, geld en een woonstede zoals overal. Wij weten over het algemeen te weinig van Rusland. Dit land is in de sovjettijd lang gesloten gebleven. Maar dit land heeft cultuur en dat is meer dan dat Pushkin, Dovstojevski, Tsjaichovsky en Aivazovsky hier geboren zijn. De cultuur ligt in de mensen zelf. Hun taal zingt. Het is niet het harde bombastische wat je hoort in James Bond films. Dit is geen commanderende taal. Ik wil de taal leren. Maar daar alleen mee, leer ik het land niet kennen. Ik wil in de verte kijken, de kust zien, de dorpen bezoeken, thee drinken, rendieren eten, het bloed van de walrus proeven, wodka slurpen, een Russische vrouw ontmoeten. Twee maal per dag hoor ik vanaf de Kapitan Belomestnov roepen: Hendrik, pitaniye … eten.

De toendra staat in bloei en er groeien heel veel “gribbe”, eetbare paddenstoelen, een soort van hertenbrood. Ik ga mee, 200 kilometer de toendra in. We vertrekken met de bus. Dat is dus zo’n Russisch zeswiel aangedreven voertuig. We vertrekken zes uur ‘s morgens. Na een uur worden we met een landingsvoertuig over een fjord gezet Daarna zijn er geen wegen meer, alleen toendra en rotsen, omhoog en omlaag langs steile ravijnen. We hobbelen door onherbergzaam gebied. Het wordt groener. De wilgen langs de oevers van snel stromende beken zijn hier maar een meter hoog. Op de toendra vlakte zie ik ganzen en kraanvogels. De mensen lachen. Om twaalf uur zijn we waar ze willen zijn. De toendra strekt zich voor ons uit. De wodka gaat rond. Achter uit de bus komen emmers te voorschijn.

 

Ze gaan op zoek naar paddenstoelen. Nog twee wodka’s. Tussendoor wordt gegeten. Het gezelschap spreidt zich dan uit. Je moet je eigen terrein uitzoeken want het gaat eerst om paddenstoelen maar daarna ook over de stilte, de ruimte, de kleuren, de frisse schone lucht, het uitzicht, het gevoel. We zijn een dag uit en komen terug met emmers vol “gribbe”.

 

 

 

Het gezelschap bestaat uit acht vrouwen en drie mannen. Alleen de chauffeur drinkt niets. De vrouwen drinken het meest. Het is feest. Weer worden we met het landingsvaartuig overgezet. Aan de zeekant op de kiezelstranden lopen steltlopers in de grond te pikken.

 

 

 

It was the atlas that made me dream. It was the sea that drew me. Provideniya lies in an arm of a twenty miles fjord. The hills around are about 500 meters high. The colors in the bay are a thousand shades of gray and blue. It has an oriental feel to it. In the center are the remains of what was once a beautiful Orthodox wooden church. It’s unimportant. Life is all about a job, money and a place to live like everywhere else. In general, we know too little about Russia. This country remained closed for a long time during Soviet times. But this country has culture and that is more than Pushkin, Dovstoyevsky, Tchaichovsky and Aivazovsky were born here. The culture lies in the people themselves. Their language sings. It’s not the hard bombastic you hear in James Bond movies. This is not a commanding language. I want to learn the language. But with that alone, I will not get to know the country. I want to look into the distance, see the coast, visit the villages, drink tea, eat reindeer, taste the blood of the walrus, slurp vodka, meet a Russian woman. Twice a day I hear calling from the harbourtug Kapitan Belomestnov: Hendrik, pitaniye… food.

The tundra is in bloom and there are many “gribbe”, edible mushrooms. We are goning into the tundra. We leave by bus. That means a Russian six-wheel drive vehicle. We leave at six in the morning. After an hour we cross a fjord by a landing craft. After that there are no roads anymore, only tundra and rocks, up and down along steep ravines. We bump through inhospitable territory. It’s getting greener. The willows along the banks of fast-flowing streams are only a meter high here. On the tundra plain I see geese and cranes. The people are laughing. At noon we are where they want to be. The tundra stretches before us. The vodka is circulating. Buckets emerge from the back of the bus. They look for mushrooms. Two more vodkas. In between we eat our meal.

 

 

We spread out. You have to choose your own terrain because it is first about mushrooms, but then also about the silence, the space, the colors, the fresh clean air, the view, the feeling. We are gone for a day and come back with buckets full of “gribbe”. The group consists of eight women and three men. Only the driver does not drink anything. The women drink the most. It’s a party.

 

 

 

 

Again we are transferred over the fjord with the landing craft. At the seaside on the pebble beaches, waders are pecking in the ground.


Posted in Uncategorized by with comments disabled.