From Fate Unknown (Dutch/English) …’s Avonds vertelde hij de mensen bij het licht van de oplaaiende vuren over de pelgrim en zijn verlangen naar rust, om na uitgerust te zijn weer verder te trekken.

Uit Lot Onbekend

’s Avonds vertelde hij de mensen bij het licht van de oplaaiende vuren over de pelgrim en zijn verlangen naar rust, om na uitgerust te zijn weer verder te trekken. De Oudste kwam bij hem en begon te praten: my
friend, zei hij, hoe heette je ook al weer en de Oudste keek hem
heel strak aan … we hebben op jou gewacht, je behoort aan ons, blijf… blijf…

 

Jaren later werd het hem soms in een flits of een schim duidelijk,
dat wat gebeurt, vele malen gebeurt en weer zou kunnen gebeuren,
al was het alleen maar in zijn geest. Dit zijn in feite steeds
dezelfde geschiedenissen,waarbij de geschiedenis, die niet gebeurde,
de andere afloste.
En na de windstilte kwam de wind.
Onbeweeglijk stond een engel op de achterplecht.
Zijn witte vleugels straalden licht.

 

Fate Unknown is my only fiction book, unfortunately only in Dutch, titled LOT ONBEKEND  … about the fate of man through the years from around the year 1600 till near future 2030 … a man, a name, a traveller … freedom is a country without roads.

 

From Fate Unknown

In the evening, by the light of the blazing fires, he told the people about the pilgrim and his longing for peace, and then after having rested, he would move on. The Elder came to him and began to speak: my
friend, he said, what was your name again and the Elder looked at him
very tight … we’ve been waiting for you, you belong to us, stay … stay …

 

 

Years later it sometimes became clear to him in a flash or a shadow,
that what happens, happens many times and could happen again,
if only in his mind. In fact, these are always
the same histories, where the history, which did not happen,
followed the other.
And after the calm the wind came.
An angel stood motionless on the stern.
Its white wings shone light.


Posted in Uncategorized by

PART 2 …‘Je suis né te connaitre, pour te nommer, liberté’ (Paul Eluard) … about a book (dutch/English) Ik las de Brief van A.H. Nijhoff (de vrouw van de dichter Martinus Nijhoff) en heb me het boek toegeëigend, gestolen dus uit de boekenkist. Sindsdien sleep ik dat boek nog steeds, op al mijn reizen, met mij mee.

 

 

 

 

In 1964 ging ik dus varen. Op alle schepen hadden ze een boekenkist. Ik las de Brief van A.H. Nijhoff (de vrouw van de dichter Martinus Nijhoff) en heb me het boek toegeëigend, gestolen dus uit de boekenkist. Sindsdien sleep ik dat boek nog steeds, op al mijn reizen, met mij mee.

 

 

 

 

 

Het verhaal begint in Nederland waar, na de oorlog, Evert een brief krijgt. Hij is getrouwd met Estella. Zij verwacht een kindje. Die brief, die hij liever niet had gehad, zegt hem dat Lennart, de laatste zijn vier vrienden, gestorven is op de dag dat Pearl Harbor gebombardeerd werd. Het verhaal speelt tijdens de wederopbouw van Europa. De herinnering aan Serena, Jozef, Nora en Lennart is een reis naar het verleden van Evert. Het gaat over de waarde van geloof, liefde, oorlog, dood en leven. Het gaat over de eigen keuze. Toen ik het de eerste keer las wist ik nog niet dat existentialisme er zo’n belangrijke rol in speelde. Heeft een dier een tehuis, vraagt Jozef. Een dier graaft zich een hol, kreeg hij als antwoord. Een mens heeft evenmin een tehuis. Hij is een zwerver die zich een hol graaft waar zijn levensweg hem tot kamperen noodt.

Het begint met: ‘Je suis né te connaitre, pour te nommer, liberté’ van Paul Eluard en het eindigt met de woorden: ‘Over enkele maanden zou Estella de wekker niet meer nodig hebben: zij zou wakker worden met het kraaien van het kind. Als Estella moeder was, zouden de eerste woorden tot het kind de eerste woorden zijn waarmee ze antwoordde aan de menselijke stem, de eerste woorden waarmee ze deelnam aan het vrijheidsdialoog … zou de dialoog met het prachtige vlees haar bevrijden uit de monoloog van het Angelus…

Evert gaat weg. Hij geeft een ruk aan zijn ransel. Ik heb geen slaap,’ zegt hij. Uit duizenden kelen zongen de vogels de dag tegemoet.

 

 

 

In 1964 I went as a deckboy to sea. There was a book chest on all ships. These books could be swapped with other ships or swapped in a Seamans Mission. I read de Brief (the Letter) from A.H. Nijhoff (the wife of the poet Martinus Nijhoff) and kept that book, stolen from the bookcase. Since then, I have been dragging that book with me on all my travels.

The story begins in the Netherlands where, after the war, Evert receives a letter. He is married to Estella. She is expecting a baby. That letter, which he would rather not have gotten, tells him that Lennart, the last of his four friends, died the day Pearl Harbor was bombed. The story takes place during the reconstruction of Europe. His memory of Serena, Jozef, Nora and Lennart is a journey into Evert’s past. It’s about the value of faith, love, war, death and life. It’s about your own choice. When I first read it, I didn’t know existentialism played such an important role in it. Does an animal have a home, Jozef asks. An animal digs itself a hole, he got the answer. Nor does a person have a home. He is a wanderer who digs a hole where his path of life invites him to camp.

It starts with: ‘Je suis né te connaitre, pour te nommer, liberté’ by Paul Eluard and it ends with the words: ‘In a few months Estella would no longer need the alarm clock: she would wake up with the call of the child. If Estella was a mother, the first words to the child would be the first words with which she responded to the human voice, the first words with which to participate in the dialogue of freedom … the dialogue with the beautiful flesh would free her from the monologue from the Angelus … Evert is leaving. He tugs his knapsack. No time to sleep, “he says. Thousands of birds sang to the day.


Posted in Uncategorized by

PART 1 of the two following blogs are for the Dutch, because both books I mention are unfortunately only in Dutch. But, nevermind, I will do a translation. (Dutch/English) Uit De Zee mijn Leven citeer ik de laatste zin(nen) van elke reis.

These two following blogs are for the Dutch, because both books I mention are unfortunately only in Dutch. But, nevermind, I will do a translation.

Uit De Zee mijn Leven citeer ik de laatste zin(nen) van elke reis.

Via St. Helena, Sint Maarten en Bermuda zeil ik terug naar Nederland. Een hand aan de stilte, een hand aan de storm, want als straks de maan weer rijpt tot volle vrucht, ik achter het eigen gezicht niet meer de naam herken, ben ik mijzelf opnieuw een vreemde, wie legt mij dan de handen op. Terugkomen … nee. Thuiskomen is alles! Het is heel stil in mij. Als een schip volgestouwd met de mooiste illusies. Eerst met een bezwaard gemoed. Dan recht ik mijn rug. De zon komt op en ik zie vogels over witte kammen scheren. Ik ben terug in de wereld van de getemde mens. Mensen die veel reizen verliezen ergens onderweg hun ziel. Die ziel zweeft rond, daar boven de ozonlaag, in een tijdloos land, in een tijdloze wereld, in tijdloze gedachten.

De Zee mijn Leven te koop bij mij oceanclubinfo@gmail.com  en bij https://www.ljharri-watersportmedia.nl/

 

From De Zee mijn Leven I quote the last sentence (s) of every journey.

Via St. Helena, St. Maarten and Bermuda I sail back to the Netherlands. A hand to the silence, a hand to the storm, because soon the moon ripens again to full fruit, and when I no longer recognize the name behind my own face, I am again a stranger to myself, … who will lay hands on me? Come back… no ..  coming home is everything! It is very quiet in me. Like a ship packed with beautiful illusions. At first with a heavy heart. Then I straighten my back. The sun is rising and I see birds skimming over white combs. I am back in the world of the tamed man. People who travel a lot lose their soul somewhere along the way. That soul floats around, there above the ozone layer, in a timeless land, in a timeless world, in timeless thoughts.


Posted in Uncategorized by

The year flew by (almost) … (scroll Dutch/English) .. over een heel jaar in NL …the summer was nice and warm, the autumn calm, no winterstorms yet … sometimes such a clear skies, sometimes heavy clouds … I walk on and I wonder.

Dit was het eerste jaar dat ik nergens ben geweest. Ja, januari was ik nog 10 dagen op Lanzarote, delivery, bootje keuren en er een vakantie aan vast plakken … ik ga nooit op vakantie … ik ben onderweg !

Gladgeschoren weiden, kilometers asfalt, industrieterreinen en kaarsrecht geploegde akkers: het Nederlandse landschap lijkt volledig door mensenhanden gemaakt. Toch is Nederland niet uitsluitend cultuurlandschap. Ons land is ook gevormd door natuurkrachten. Sporen van vroeger die eens aan het werk waren zijn nog op veel plekken te zien, al doen we erg ons best om ze aan te harken, af te vlakken en recht te trekken.

Heuvellandschap is ons oudste landschap en te vinden op bv de Veluwe. Ik loop hier graag. Ik hou van de bomen en de heidevelden. Opheffing en insnijding door rivieren hebben hier geleid tot hoogteverschillen. In grote delen van Noord-, Midden- en Zuid-Nederland vind je het zandlandschap.

Tussen de hogergelegen zandlandschappen ligt het rivierengebied. Woeste stromen en rustig kabbelend water hebben dit land vormgegeven. Op de grens van land en water ligt nog een ander landschap: de duinen. Het is ons jongste en tevens meest actieve landschap: zee en wind zijn er nog dagelijks aan het werk.

Zo reed ik afgelopen zomer rond. Ik hou van de stilte dus had geen last van het corona gebeuren en langs de weg kon ik nog vaak een take-away broodje of koffie halen. Wel mis ik de open terassen … even in de zon op een comfortabele stoel een bakkie doen … zo had ik ook weinig afspraken … ook geen lezingen of voordrachten, maar nogmaals de stilte, de afstand, de alleenzaamheid deert mij niet.

Het jaar vloog voorbij (bijna)… de zomer was lekker warm, de herfst kalm, nog geen winterstormen… soms is de lucht blauw en helder, soms zware bewolking… ik loop verder en verwonder me.

This was the first year that I have been nowhere. Okay, in January I was on Lanzarote for 10 days, delivery, inspecting a boat and call it a holiday… I never go on vacation… I am on my way!

Clean-shaven meadows, kilometers of asphalt, industrial estates and perfectly straight plowed fields: the Dutch landscape seems entirely made by human hands. Yet the Netherlands is not exclusively a cultural landscape. Our country has also been shaped by natural forces. Traces of the past that were once at work can still be seen, although we do our very best to rake, flatten and straighten them.

 

 

 

Hilly landscape is our oldest landscape and can be found on the Veluwe. I like to walk here. I love the trees and the heather fields. You will find the sandy landscape in large parts of the Northern, Central and Southern Netherlands.

 

 

 

The river area lies between the higher landscapes. Wild streams and gently rippling water have shaped this land. Another landscape lies on the border of land and water: the dunes. It is our youngest and most active landscape: sea and wind are still at work there every day.

That’s how I drove around last summer. I like the silence so the corona was not bothering me and along the roads I could often get a take-away sandwich or coffee. I do miss the open terraces… just having a cup of coffee in the sun on a comfortable chair. I had only few appointments and no lectures at all … but again the silence, the distance, the aloneness don’t bother me.

The year flew by (almost) … like a shadow … the summer was nice and warm, the autumn calm, no winterstorms yet … sometimes such a clear skies, sometimes heavy clouds … I walk on and I wonder.


Posted in Uncategorized by

… en nu 5 jaar later, na 5 winters in de Roggebotsluis, lig ik weer in de Buitenhaven in Kampen (Dutch/English) …. I decide to stay in the walled town. In a sheltered spot in the Buitenhaven of Kampen. Ready to go, yes, always ready to go.

En ik die de wonderwerken van de diepte heeft gezien; ik loop door de uitgestrektheid van de polder en de hele hemel draait op de middag om me heen. Het mag dan vaak grijs zijn, altijd is er een strook van blauwheid, met witte wolken. De ene keer ligt mijn koers naar het zuiden, de andere keer naar het noorden. Niet altijd naar die heldere lucht daar aan het eind van het grijs. Ik loop, ik vaar, ik beweeg me naar de richting van mijn hart. Want als er geen hart, is, als er geen verlangen heerst, als er geen dromen zijn dan pas wordt het grijs, donker.

Ik kijk naar de verre verte en loop de dijk op. De wind duwt me in een richting. Ik voel de regenwolken naar me toe komen. In de verte zie ik tractoren op het land. Oude boerderijen geven de horizon profiel. Het gras is groener dan waar ook. Ik voel me het middelpunt in de leegte. Grote contrasten in kleur: groen, zwart, blauw, wit. Kijk ik naar links dan zie ik de verte van de polder. Kijk ik naar rechts: dan zie ik paden, om te lopen of te fietsen, landweggetjes, sloten en hekken. Het is een land waar ik van kan houden. Ik kan er wandelen, mijmeren en genieten. Maar het is een polder waar alles onder controle is. Een lappendeken. Een gefiguurzaagd landschap waar alle contrasten precies passen als in een legpuzzel. Dat is ook Nederland.

Ik besluit om in het ommuurde stadje te blijven. Op een beschutte plek in de Buitenhaven van Kampen. Vaarklaar, dat wel, vaarklaar.

Dat was 2015 … en nu 5 jaar later, na 5 winters in de Roggebotsluis, lig ik weer in de Buitenhaven in Kampen …. vaarklaar, dat wel, vaarklaar.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

And me, who saw the wonders of the deep; I walk through the vastness of the polder and the whole sky revolves around me at noon. It may often be gray, but there is always a strip of blueness, with white clouds. Sometimes my course is south, other times north. Not always to that clear sky there at the end of the gray. I walk, I sail, I move towards my heart. Because if there is no heart, if there is no desire, if there are no dreams, only then does it turn dark.

I look into the distance and walk up the dike. The wind is pushing me in one direction. I can feel the rain clouds coming towards me. In the distance I see tractors on the land. Old farms give the horizon profile. The grass is greener than anywhere else. I feel like the center of the void. Great contrasts in color: green, black, blue, white. When I look to the left I see the distance of the polder. I look to the right: then I see paths, for walking or cycling, country roads, ditches and fences. It’s a country I can love. I can walk, muse and enjoy. But it is a polder where everything is under control. A patchwork quilt. A figured landscape where all contrasts fit exactly as in a jigsaw-puzzle. That is also the Netherlands.

 

I decide to stay in the walled town. In a sheltered spot in the Buitenhaven of Kampen. Ready to go, yes, always ready to go.

That was 5 years ago … and now after 5 winters in de small harbour of Roggebotsluis, I am back in the Buitenhaven in Kampen … ready to go, yes, always ready to go.

Photo: Havenmeester WSV Buitenhaven.


Posted in Uncategorized by