Glaciar Amalia and Puerto Eden (Dutch/English)

 

 

 

 

 

 

 

 

De wind is gaan liggen. In plaats van dat het regent, miezert het en vaar de baai uit, terwijl de zon verwoede pogingen doet door het wolkendek te komen. Het water is als een zwarte spiegel. Ik draai de Peel-arm van het vaarwater binnen, op het moment dat de zon haar overwinning viert. De temperatuur loopt op tot tien grad I. De bomen op de hellingen dampen en voor me drijft ijs. Als ik de Amalia-arm in vaar, spelen dolfijnen voor de boeg in het koude water,

 

Ik kijk naar de plaats waar Bill Tilman in 1956 pogingen deed de bergklimspullen voor zijn trektocht over het Patagonische ijsplateau aan wal te brengen. Hij kon met de Misschief niet dicht genoeg bij de Amaliagletsjer komen en dat begrijp ik nu heel goed, want voor mij pakt dik ijs zich samen. De gletsjer rommelt.

 

 

 

 

Ik vaar de nauwe Paso Piloto Pardo door en zie de duizenden schakeringen van brekend licht. In de middag zie ik een paar kleine, gele vissersscheepjes en laat mijn anker vallen in de ba aivan Puerto Eden, 49.139°S 74.453°W een plaatsje met driehonderd inwoners. De armoedige huizen lijken paleizen in het van regen doordrenkte paradijs tussen groene walkanten, waarachter hoog de Andes torent.

 

 

In de Tuin van Eden, loop ik over gladde, planken paden en praat met mensen: buenos dias y buenos tardes. Ik klim de heuvel op en tuur in verre vertes. Ik kijk naar de spaarzame vegetatie en loop langs een groene haag met purperen bloemen en rode bessen langs de baai. Die nacht regent het weer en er zijn windstoten.

 

The wind has died down. Instead of raining, it drizzles but while departing, the sun makes frantic attempts to get through the clouds. The water is like a black mirror. The moment I turn into the Peel arm of the fairway, the sun celebrates its victory. The temperature rises to ten degrees and ice floats in front of me. When I sail towards the Amalia Glacier, dolphins play in the cold water,

 

 

I look at the place where Bill Tilman attempted to land the climbing equipment for his trek across the Patagonian Ice Plateau in 1956. He could not get close enough to the Amalia Glacier with the Misschief and I understand that now, because thick ice is gathering in front of me. The glacier rumbles.

 

 

 

 

 

 

 

 

I sail through the narrow Paso Piloto Pardo and see the thousands of shades of refracting light. In the afternoon I see a few small, yellow fishing boats and drop my anchor in the bay of Puerto Eden, a town with three hundred inhabitants. The shabby houses look like palaces in the rain-soaked paradise between green walkways, the Andes tower high in the background.

 

In the Garden of Eden, 49.139°S 74.453°W I walk on smooth, planked paths and talk to people: buenos dias y buenos tardes. I climb the hill and peer into far distances. I look at the sparse vegetation and walk along a green hedge with purple flowers and red berries along the bay. That night it is raining again and there are gusts of wind.


Posted in Uncategorized by

No greater desolation has been found in this world. (Dutch/English)

Er zijn drie passen om van het Cockburn kanaal in de Straat van Magallanes te komen. Alleen Magdalena kanaal is geautoriseerd, maar die ligt het verst weg en ik zou twee dagen nodig hebben om een stuk te varen wat ik in een dag kan doen en niemand weet waar ik ben, dus als ik geen marineschip tegenkom houdt niemand me tegen om kanaal Acwalisman te nemen. De koers is noord en het weer wordt heel mooi. De rotsmuren worden hoger. Zelfs zwart graniet kan blinken in de zon door het water dat overal van afloopt.

 

In de verte voor mij wit water van een stroomversnelling. Dichterbij komend bruist het water harder dan ik zou willen, het is de nauwte. De Ryan pas en misschien is dit wel de reden dat dit vaarwater niet wordt aanbevolen. Om de hoek komt een vissersscheepje. Ik zie hem worstelen in de witte stroom. Hij zwaait naar mij bij het passeren. Ik voel mij ontdekker van nieuwe werelden.

 

We lopen twaalf knopen. Aan bakboord een rotspartij, aan stuurboord wit wervelende opstuwingen en uitspattingen. Ik moet er tussen door. Het enige wat ik kan is sturen en zo raas ik door het gebruis om er vlak achter weer in stil water te belanden. Wouw, het bloed stroomt door mijn aderen. De wind blijft oost. In Magelhaen besluit ik een nacht door te varen.

 

De nacht wordt aardedonker. Ik zet de radar bij en zie de oevers op het scherm als oranje strepen van plaats veranderen. Alleen de bergtoppen blijven zichtbaar tegen de sterrenhemel. Ik voel mij zo goed, ik voel mij zo dankbaar. Ik zie de morgen gloren bij het passeren van Tamar eiland. Ik kijk achteruit en zie de contouren van Desolation eiland. Een grotere verlatenheid is op deze wereld niet gevonden.

 

 

There are three passes to get from the Cockburn Canal into the Strait of Magallanes. Only Magdalena channel is authorized, but it is furthest away and I would need two days. If I don’t come across a naval vessel no one will stop me from channel Acwalisman. The course is north and the weather is very nice. The rocky walls are getting higher. Even black granite can shine in the sun because of the water that runs off.

In the distance in front of me white water from a rapids. Coming closer, the water is buzzing louder than I would like it to be, it is narrow. The Ryan pass and perhaps this is the reason that this waterway is not recommended … A fishing vessel comes around the corner. I see him struggling in the white stream. He waves at me as we pass. I feel like a discoverer of new worlds.

Campina makes twelve knots. On the port side a rock, on the starboard side white swirling thrusts and splashes. I have to go between. All I can do is steer and so I race through the rush to end up in still water right behind it. Wow, the blood flows through my veins. The wind remains east. In Magelhaen I decide to continue a night.

 

 

The night becomes pitch black. I turn on the radar. Only the mountain peaks remain visible against the starry sky. I feel so good, I feel so grateful. I see the morning dawn as I pass Tamar Island. I look back and see the contours of Desolation Island. No greater desolation has been found in this world.


Posted in Uncategorized by

Sometimes things don’t go according plan. (Dutch/English)

Sometimes things don’t go according plan. Door vaarwegen en nauwe passen, tussen bergen en steile riffen vervolg ik mijn weg. In de middag merk ik dat ik goed mijlen maak en besluit door te varen naar Niemann baai. Ik heb er wel geen kaart van maar de beschrijving die ik heb gekregen spreekt over makkelijke invaart, veel beschutting en een ankerplaats dicht bij een acht meter hoge waterval aan een strandje. Aan stuurboord van me laat ik de pracht van Brecknock eiland liggen. Ik zet zeil want Niemann ligt met ruime wind twintig mijl verderop.

 

Tegen zessen wordt het donker. Om zeven uur is het stikdonker. Ik nader Niemann en vaar zonder probleem de baai binnen. Aan beide kanten glijden donkere klifwanden aan mij voorbii. Ik draai de baai binnen. Ik probeer langs de oevers te varen op zoek naar ondieper water om te ankeren. Niets. Ik probeer een lichtere glans te zoeken in het donker wat op een strandje zou duiden. Niets. Op de radar zit ik fantastisch verstopt in een perfect gesloten baai. Ik loop naar voren om beter te kijken tot ik plots de oever voor me op zie doemen. Ik ren terug om de motor achteruit te zetten.

 

 

 

Te laat, en schuif zo de wal op en daar lig ik vast op een stenen. Ik zet de motor achteruit. Geen beweging. Het scheepje ligt zo vast als een huis. Het is afgaand water … ik zal het volgend hoogwater af moeten wachten om weer vlot te komen. Ik kan zo vanaf boord een touw aan een boom knopen.

De koffie is heet. Ik braad de rookworst in de boterolie met sambal. De rest is stilte.

 

 

Ik kom erachter dat de eb lang duurt, dus de vloed ook. Over het grootste deel van de zeeen en kusten bestaat en dubbeldaags getij. Dat wil zeggen tweemaal per dag hoogwater en tweemaal laagwater. Nu, hier heerst het enkeldaags getij en dat wil zeggen dat ik vierentwintig uur moet wachten op het volgende hoogwater. Ik breng met het bootje een anker uit vanaf het achterschip, zodat ik bij opkomend tij de kont naar dieper water kan trekken. Het duurt tot de volgende avond tot ik weer vrij kom en ik spendeer nog een nacht in Niemann, achter op een anker, voor met een touw aan een boom. Een condor vliegt boven mij.

 

Sometimes things don’t go according plan. I continue my way through waterways and narrow passes, between mountains and steep reefs. In the afternoon I notice that I am making good miles and decide to continue to Niemann bay. I do not have a map of it, but the description I received speaks of easy entry, a lot of shelter and an anchorage close to an eight-meter high waterfall on a beach. On my starboard side I pass the splendor of Brecknock island. I set sail because Niemann is twenty miles away with good wind.

 

 

It is getting dark around six. It is pitch dark at seven o’clock. I approach Niemann and enter the bay without any problem. Dark cliff walls slide on me on both sides. I turn into the bay. I try to sail along the banks looking for shallower water to anchor. Nothing. I try to find a lighter glow in the dark that would indicate a beach. Nothing. On the radar I am hidden in a perfectly closed bay. I go forward to look more closely until I suddenly see the bank looming ahead. I run back to turn the engine off.

 

 

 

Too late, and so Campina grounds and I am stuck on a stony beach. Engine backwards but no movement.  It is an outgoing tide … I will have to wait for the next high water to get afloat again. The coffee is hot. I roast the smoked sausage in the butter oil with hot peppers. The rest is silence.

 

 

 

 

The ebb tide takes long, so the flood too. There is a double-day tide over most of the oceans and coasts. That means, high water twice a day and low water twice a day. Now, here the one -day tide prevails. I have to wait twenty-four hours for the next high tide. With the dinghy I bring an anchor from the stern, to pull the boat to deeper water when the tide is rising. It is not until the next evening that I am afloat again and I spend another night in Niemann, at anchor, with a rope on a tree.

A condor flies above me.


Posted in Uncategorized by

My way through the Patagonian channels (Dutch/English)

Patagonië is niet gemakkelijk te bezeilen. Er zijn bijna geen havens over de 1000 mijl van Puerto Williams of Ushuaia naar Puerto Montt. Ankeren is moeilijk vanwege de diepte en de williwaws uit de bergen. Maar het is zo’n buitengewone ervaring om door deze enorme wildernis te zeilen.

Het kostte me 17 dagen van Puerto Williams naar Puerto Montt. Ik zal dit in 3 delen laten zien met korte fragmenten uit mijn boek.

 

Ik vaar Ushuaia voorbij. In die metropool van vijftigduizend mensen heb ik niets te zoeken. Aan beide kanten van het Beagle kanaal rijzen sneeuwbedekte bergen op. De zon schijnt op de toppen. Tegen de avond ben ik bij Caletta Olla. Op een rotseilandje zie ik pinguins zitten.  Het is twaalf meter diep en dicht bij de oevers is het nog vijf meter. Ik laat het anker vallen. Stilte.

 

 

 

 

‘s Morgens ben ik weer vroeg op pad. Tegen de middag steek ik de Pia Fjord in. Aan de noordkant van het Beagle kanaal behoren de bergen tot de Darwin Rug. Grote gletschers komen in de fjorden tot het water en kalven daar af. De Pia Fjord heeft twee armen, beide komen aan het eind uit bij een gletsjer. Ik neem de westelijke arm. Ik worstel door het ijs tot dicht bij de gletsjer. Later zoek ik een ankerplek, s Nachts regent het een beetje. De barometer zakt.

 

 

 

 

Patagonia is not easy sailing. There are almost no harbours between the 1000 miles from Puerto Williams or Ushuaia all the way to Puerto Montt. Anchoring is difficult because of the depth and the williwaws from the mountains. But its such an extraordinary experience to sail through this huge wilderness.

It took me 17 days from Puerto Williams to Puerto Montt. I will show this in 3 parts with short extracts from my book.

 

 

 

 

I passed Ushuaia. In that metropolis of fifty thousand people I have nothing to look for. Snow-capped mountains rise on both sides of the Beagle Channel. The sun is shining on the tops. In the evening I am at Caletta Olla. I see penguins sitting on a rocky island. It is twelve meters deep and still five meters close to the banks. I drop anchor.  …… Silence.

 

 

 

 

In the morning I am on the road again. At noon I enter the Pia Fjord. On the north side of the Beagle Channel, the mountains belong to the Darwin Ridge. Large glaciers reach the water in the fjords. The Pia Fjord has two arms, both of which end at a glacier. I take the west arm. I struggle through the ice close to the glacier. Later I look for an anchorage. At night it rains a bit. The barometer drops.

 


Posted in Uncategorized by

An other leap to the south … Tierra del Fuego (Dutch/English)

 

 

Maar nu maak ik weer een sprong. Eerst was het van het zuidelijk halfrond naar het noordelijke en nu weer terug naar het zuidelijk halfrond. In 1989 rondde ik de eerste keer Kaap Hoorn. Daarna nog twee keer in 1993 en 1997 en dacht ik; hoe zou dat achterland er uit zien ?

 

 

Het was met de Campina (2002)  … van Rio Gallegos zeil ik naar Puerto Williams, daar lig ik een paar dagen en op een Paasweekend zeil ik tussen de zuidelijke eilanden van Tierra del Fuego ( Vuurland) door en rond Kaap Hoorn, de vierde keer en anders …

 

 

Ik zeil het hele stuk naar de Wollaston groep. In de doorgangen tussen de eilanden hangt overal een dichte nevel. De staalblauwe wolken staan stil. Ik passeer de eilanden Evoud, Terhalten en Barnevelt. 55.8333°S 67.4167°W Kale rotsformaties, donkerend in het licht. Omdat ik een mooie snelheid van zeven knopen kan blijven lopen besluit ik Kaap Hoorn te wagen. Ik heb mogelijkheden baaien en eilanden te verkennen.

 

 

Omdat ik rekening moet houden met de wind op de terugtocht ga ik dus eerst noord van Isla de Hornos langs om zo het eiland en Kaap Hoorn te ronden. Aan de westkant van het eiland staan steile rotspieken in het water, de Cathedraal genoemd. De zee breekt erop. Het blijft goed weer, maar er staan vlagen. Met vlagen helt de Campina flink over. De Hoorn steekt overal bovenuit.  Per VHF meld ik mij bij de vuurtorenwachter. Een solitario zegt hij… bueno navigation. Ik zeil door Paso Mar del Sur en kom voor het donker aan bij Caletta Martial. Ik anker en maak erwtensoep uit een pakje en gooi er een blik erwten door. Ik heb een heerlijk voldaan gevoel.

 

But now I make another leap. First it was from the Southern Hemisphere to the Northern and now back to the Southern Hemisphere. In 1989 I rounded Cape Horn for the first time. Then twice more in 1993 and 1997 and I thought; what would that hinterland look like?

2002, with Campina  I sailed from Rio Gallegos to Puerto Williams, where I stayed for a few days and during an Easter weekend I sail between the southern islands of Tierra del Fuego,  and rounded Cape Horn, the fourth time.

 

 

 

I sail all the way to the Wollaston group. There is a thick mist everywhere in the passages between the islands. The steel-blue clouds stand still. I pass the islands of Evout, Terhalten and Barnevelt. 55.8333°S 67.4167°W Bare rock formations, darkening in the light. Because I keep a nice speed of seven knots, I decide to venture Cape Horn.

 

 

 

Because I have to take the wind into account on the way back from Cape Horn, I pass north of Isla de Hornos to round the island and Cape Horn. On the west side of the island there are steep rock peaks in the water, called the Cathedral. The sea breaks on it. The weather remains good, but there are gusts. The Campina tilts at times. The Horn rises above everything. I report to the lighthouse keeper by VHF. A solitario he says … bueno navigation. I sail through Paso Mar del Sur and arrive at Caletta Martial before dark. I anchor and make pea soup from a packet and toss in a can of peas. Feeling satisfied.


Posted in Uncategorized by