I follow them, I think about them … I pray for them “For Those in Peril on the Sea”. (Dutch/English) .. Buiswater zwiept over dek recht in mijn gezicht. Mijlen maken. Niet zeuren, ik wilde toch wind ! De speedometer zegt; 20, 22 knopen. De piloten werken. Als er maar niets kapot gaat. Slapen gaat niet. 300 mijl is het resultaat.

 

 

De leiders zitten al behoorlijk noord op de Zuid Atlantic. Dat er nog 26 in de strijd zijn vind ik wonderbaarlijk. Er zijn er nog maar 7 uitgevallen. De laatste was gisteren; Isabel Joschke (MACSF) heeft voor de tweede keer een probleem met de zwenkkiel. De eerste keer kon ze de kiel stabiliseren .. maar nu lijkt het onmogelijk … ze moest de wedstrijd staken .. of ze naar een haven gaat of doorploetert is nog niet bekend.

 

 

 

 

Daarnaast heeft Pip Hare (MEDALLIA) het voor elkaar gekregen een roer te vervangen … proficiat … fantastisch gefixed in de Zuidelijke Oceaan … zij nadert nu Kaap Hoorn. Het veld ligt ver uit elkaar … 4 leiders, dan een tweede groep en de laatste is Point Nemo nog niet gepasseerd … ik volg ze, ik denk aan ze … “For Those in Peril on the Sea”

A hymn traditionally associated with seafarers.

 

 

Eigen ervaring: ik zeil met mijn gevoel. De ene keer zoveel zeil op, de andere keer die koers. Eerst bestudeer ik de beschikbare gegevens: de boot, het zeil, de wind, de golven, de stroom, de drukgebieden, de baan van de depressie, een kou- of een warmtefront, de weerkaartjes op de fax. De koers, de temperatuur van het water, de wolken, op welke manier en in welke kleuren de zon ondergaat, deze en alle andere gegevens vermengen zich in mijn hoofd. Dan trek ik mijn conclusies en doe wat in mij opkomt. Ik houd van de horizon, de verte, het eindeloze. Het weer wordt grimmig. De wind uit het zuiden is koud. Ik zet een tweede reef in het grootzeil. Ik verleg de koers een beetje meer voor de wind en zeilen. Ik zie niets, het is donker. Geen ster te zien. Het is koud. Ik trek een extra trui aan en droge sokken. Buiswater zwiept over dek recht in mijn gezicht. Mijlen maken. Niet zeuren, ik wilde toch wind ! De speedometer zegt; 20, 22 knopen. De piloten werken. Als er maar niets kapot gaat. Slapen gaat niet. 300 mijl is het resultaat.

The leaders are already quite north on the South Atlantic. I find it amazing that there are still 26 in battle. Only 7 have abandoned (by technical reasons). The last one was yesterday; Isabel Joschke (MACSF) has a problem with the swing keel for the second time. The first time she was able to stabilize the keel .. but now it seems impossible … she had to abandon the race … whether she will go to a port or carries on is not yet known. In addition, Pip Hare (MEDALLIA) has managed to replace a rudder… congratulations… done in the Southern Ocean… she is now approaching Cape Horn. The field is far apart … 4 leaders, then a second group and the last one has not yet passed Point Nemo …

I follow them, I think about them … I pray for them “For Those in Peril on the Sea”.

Own experience: first I study the available data: the boat, the sails, the wind, the waves, the current, the pressure areas, the path of the depression, a cold or a warm front, the weather maps on the fax. The course, the temperature of the water, the clouds, how and in what colors the sun sets, this and all the other data mix in my head. Then I draw my conclusions and do whatever comes to mind. I love the horizon, the endless distance. The wind from the south is cold. I put a second reef in the mainsail. I change course a bit more off the wind. I don’t see anything, it’s dark. Not a star to be seen. It’s cold. I put on an extra sweater and dry socks. The speedometer says; 20, 22 knots. The autopilot is working. The waves keep throwing the boat off course. Green water on deck. As long as nothing breaks. Sleeping is not possible. 300 miles is the result.


Posted in Uncategorized by

Over de drang om weg te gaan (Dutch/English) … “Oh, when man escapes from the barbed wire of his own ideas and his own mechanical devices there is a wonderful rich world of contact and pure beauty. “(D. H. Lawrence)

De terreur van de voordeur, zo omschreef hij het leven al langer. En binnen die vier muren heerste geborgenheid. In de wereld die hij verliet oefenden de anderen door hun aanwezigheid controle uit op ieders doen en laten.

Oh, wanneer de mens ontsnapt uit het prikkeldraad van zijn eigen ideeën en zijn eigen mechanische apparaten is er een prachtig rijke wereld van contact en pure schoonheid.’ (D. H. Lawrence)

 

 

Zijn leven stond nu zo ver buiten het genormaliseerde, de slavernij van salaris, huur, hypotheek en verzekeringen. Hij leefde als denkend mens die zijn scheepje over een soms vijandige zee naar een haven moest brengen. Al het andere was van minder belang.Toen de zon onderging bleef de westelijke horizon nog heel lang in een schakering van oranje, geel en blauw nagloeien. ’s Nachts lichtte de zee en tientallen dolfijnen trokken fosforescerende strepen door het water. Toen kwamen de wolken en de regen. En langzaam kwam de wind opzetten.

 

He who forms a tie is lost (Joseph Conrad), was het motto van Een IJskoude Doorbraak, het boek dat Henk de Velde over zijn overwintering in Siberië schreef. Die zelfopgelegde eenzaamheid is opnieuw het thema van dit boek. Wat drijft deze overlevende over de wereld en door de duistere tijden heen? Heeft hij een lotsbestemming? In dit meeslepende verhaal over het terugkeren van de tijd laat Henk de Velde zijn schrijverschap tot hoge bloei komen. De illustraties van de auteur maken het verhaal extra bijzonder.

LOT ONBEKEND Uitgeverij Elmar BV isbn 9789038927008 184 pagina’s

 

The urge to leave

The terror of the front door, that’s how he described life on shore. And within those four walls there was security. In the world he left, the others exercised control over everyone’s comings and goings.

“Oh, when man escapes from the barbed wire of his own ideas and his own mechanical devices there is a wonderful rich world of contact and pure beauty. “(D. H. Lawrence)

 

His life was now so far beyond normalized, slavery of salary, rent, mortgage and insurance. The essence was sailing his boat across a sometimes hostile sea to a port. Everything else was less important. When the sun went down, the western horizon remained for a very long time in shades of orange, yellow and blue. At night the sea gave light and dozens of dolphins crossed to be seen with phosphorescent streaks in the water. Then the clouds and the rain came. And slowly the wind picked up.


Posted in Uncategorized by

Hier pik ik de Vendee Globe weer op met eigen ervaringen (Dutch/English) … Here beyond men’s judgments all covenants were brittle.Why do you choose a particular course … the answer is simple; I look at the location of high and low pressure areas, look at the expected wind speeds and determine the strategy.

Push off, and sitting well in order smite, the sounding furrows; for my purpose holds. To sail beyond the sunset, and the paths of all the western stars … (Alfred Lord Tennyson).


1989 .. na Kaap Hoorn met de Alisun J&B ging ik binnendoor maw ik liet de Falkland eilanden aan SB … De volgende morgen zie ik aan stuurboord de Jason-eilanden, de noordwestelijkste van de Falklands, de zee is groen. Op de bank ten noorden van de Falkland eilanden is de zee kalm, bijna glad, en er staat een heerlijke zuidwestelijke bries; het scheepje loopt zijn mijlen, 200 en meer per dag. Ik lach en geniet. De kracht is uit de zee, de rollers zijn verdwenen. De zee wordt weer blauw. ‘Onderweg naar huis’, zingt het schip en het spoedt zich voort. Alleen en eenzaam ? Alleen, ja, maar eenzaamheid voel ik niet. ‘Eenzaam maar niet alleen,’ schreef koningin Wilhelmina. Voor mij geldt het omgekeerde.

 

1993 … na Kaap Hoorn met de Zeeman ging ik weer binnendoor … bij de Falklandeilanden heb ik de zwaarste storm van de reis. Het duurt gelukkig niet lang. Vierentwintig uur kan ik zelfs het vierde rif er niet in krijgen. Alles wordt uit mijn handen getrokken. De wind komt gelukkig van de goede kant. Met een heel klein stormfokje er voor daver ik met witte brekers mee, de piloten blijven sturen. Zo lang er voortgang is sturen de piloten en nu met bijna geen zeil op zie ik de speedometer naar 15 en soms 18 knopen oplopen. Omdat ik aan de oostkant van het Zuid Amerikaanse continent zit loopt de zee minder hoog op maar is daardoor juist kort en heftig. Vierentwintig uur later is de wind weg. Vier uur later breekt de zee niet meer. Weer een uur later heb ik het hele zeilplan weer op. De zee ruist in al haar grootheid. De Zeeman zet koers naar huis.

1996 … met de C1000 ga ik buitenom en laat de Falklands aan BB. Waarom kies je een bepaalde koers .. het antwoord is eenvoudig; ik kijk naar de ligging van hoge en lagedruk gebieden, kijk naar de verwachte windsnelheden en bepaal de strategie …

Voorbij de Falklandeilanden werd de zee wat rustiger. Ik zie weer eens onnoemelijk veel sterren. Het was een prachtige dag, de eerste in bijna twee maanden. Nu merk ik hoe ik hoge luchten gemist heb. In de zuid waren ze deze reis onzichtbaar voor me. Altijd bewolking of mist. Maar dat is nu verleden tijd. Gisteren passeerde ik de 40ste breedtegraad, dus ben ik weer uit de gevarenzone. Niet dat ik geen stormen meer kan verwachten, integendeel. Maar de kans op storm wordt steeds kleiner, naar gelang ik noordelijker trek. En na Kaap Hoorn is elke storm gewoon een harde wind.

Here beyond men’s judgments all covenants were brittle. (Cormac McCarthy)

1989 .. after Cape Horn with the Alisun J&B I left the Falkland Islands to starboard… The next morning I see the Jason Islands, the most northwestern island of the Falklands, the sea is green. On the bank to the north of the Falkland Islands, the sea is calm, almost smooth, and there is a lovely south-westerly breeze; the boat runs its miles, 200 and more a day. I smile and enjoy. The violence is gone, the rollers are gone. The sea turns blue again. “On the way home,” the ship sings and hurries on. Alone and lonely? Alone, yes, but I don’t feel loneliness. “Lonely but not alone,” wrote Queen Wilhelmina. For me the opposite is true.

1993… after Cape Horn with the Zeeman I left the Falklands again to starboard … and have the worst storm of the trip. Fortunately, it does not take long. Twenty-four hours I can’t even get in the fourth reef. Everything is pulled from my hands. Fortunately, the wind is coming from the right side. With a very small storm jib I thunder along with white breakers, the pilots keep on steering. As long as there is progress the pilots steer and now with almost no sail on I see the speedometer increase to 15 and sometimes 18 knots. Because I am on the east side of the South American continent, the sea rises less but is therefore short and fierce. Twenty-four hours later the wind is gone. Four hours later, the sea no longer breaks. Another hour later I raise all the sails again. The sea roars in all its greatness. Zeeman is heading home.


1996… with the C1000 I leave the Falklands to port.
Why do you choose a particular course … the answer is simple; I look at the location of high and low pressure areas, look at the expected wind speeds and determine the strategy …
the sea became a bit calmer. I see countless stars again. It was a beautiful day, the first in almost two months. Now I notice how I missed high skies. In the south they were invisible. Always overcast or fog. But that is now a thing of the past. Yesterday I passed the 40th latitude. Not that I cannot expect more storms, on the contrary. But the chance of a storm is getting smaller, the more I move north. And after Cape Horn, every storm is just a strong wind.


Posted in Uncategorized by

Two roads diverged in a wood and I, I took the one less traveled by… and that made all the difference. (Dutch/English)

Voor dat we weer door gaan met de Vendee Globe, even een reflexie over het onderweg zijn. Ik hou van de zee, ik ben een zeemens, ik hou van zeilboten en de dromen die zeilboten opwekken. Je voelt je vrij, je handelt zelf, je bent je eigen koning over je eigen koninkrijk. Zelfredzaamheid is het hoogste goed voor de solozeiler. Jij bent de enige die in kan grijpen in levensbedreigende situaties. Je accepteert dat ook. Ik kijk om me heen naar de wereldzeilers of wereldzeilers in spé. Ik zie de pensionados die onderweg zijn naar de Middellandse of de Caraïbische Zee. Ik zie de meer vermogende jachten en ik zie jongere avonturiers die hun droom najagen, sologangers, stellen en gezinnen.

Waarom ga je? Om landen te bezoeken? Om je droom waar te maken? Om onderweg te zijn? Onderweg zijn is een tijdloze onderneming. Ik bedoel het echte onderweg zijn, niet het bezoeken van exotische plekken met witte stranden en palmbomen. Ik bedoel het reizen over lange, grijze afstanden, tussen hier en daar, tussen verschrikking en verwondering. Momenten die dagen duren en dagen die momenten lijken. Mensen die veel reizen verliezen ergens onderweg hun ziel. Die ziel zweeft rond, daar boven de ozonlaag, in een tijdloos land, in een tijdloze wereld, in tijdloze gedachten.

Ik was altijd onderweg, maar ik hoef nergens heen. Maar daar ga ik nu niet op in want dan ben ik wederom bezig met iets uit te leggen waar ik zelf te weinig woorden voor heb.

Before we continue with the Vendee Globe, a reflection of being on the road. I love the sea, I am a sailor, I love sailing boats and the dreams sailing boats give birth to. You feel free, you act by yourself, you are your own king over your own kingdom. Self-reliance is the greatest tool for the solo sailor. You are the only one who can intervene in life-threatening situations. You accept that too. I look around at the world sailors or would be sailors. I see the pensionados on their way to the Mediterranean or the Caribbean Sea. I see the more wealthy yachts and I see younger adventurers chasing their dreams, solo travelers, couples and families.

Why are you going? To visit countries? To make your dream come true? To be on the go? Being on the road is a timeless endeavor. I mean being on the road, not visiting exotic places with white beaches and palm trees. I mean traveling over long gray distances, between here and there, between horror and wonder. Moments that last days and days that seem like moments. People who travel a lot lose their soul somewhere along the way. That soul floats around, there above the ozone layer, in a timeless land, in a timeless world, in timeless thoughts.

 

 

I was always on the road and followed my heart. I don’t have to go anywhere. I will not try to explain that, because then I am again busy explaining something that I have too few words for myself.

 


Posted in Uncategorized by

Wat wordt beschouwd als een Kaap Hoorn ronding … In 2002 met de Campina bezeilde ik de vaarwegen van Vuurland. (Dutch/English) .. Dark, pitchdark. Is it the predicted storm or just a williwaw from the mountains? It’s wet and cold. I struggle with the boat between islands and rocks and manage to get to open water. It is one o’clock in the morning.

De eersten zijn dus Kaap Hoorn gepasseerd. De laatse is Nieuw Zeeland nog niet voorbij. Er zit 6000 mijl tussen de eerste en de laatste. Sommigen hebben het moeilijk.  In 2002 met de Campina bezeilde ik de vaarwegen van Vuurland. Hoewel ik Kaap Hoorn ronde wordt deze niet beschouwd als een officiele.

Wat wordt beschouwd als een Kaap Hoorn ronding: een met een zeilvaartuig zeilend afgelegde en ononderbroken reis van ten minste 3000 zeemijl over open zee waarbij de 50e breedtegraad Zuid zowel op de Atlantische als de Grote Oceaan moet zijn gekruist en waarbij Kaap Hoorn is gerond.  https://kaaphoornvaarders.nl

`s Avonds bestudeer ik de kaarten van de eilanden rond Kaap Hoorn. Ik zie Barnevelt eiland, eiland Evoud, de Hondebaai en Baai Oranje. Namen uit het roemruchte verleden van Nederlandse zeevaarders.

Het is Paasweekend. In de doorgangen tussen de eilanden hangt overal een dichte nevel. Ik passeer de eilanden Evoud, Terhalten en Barnevelt. Kale rotsformaties, donkerend in het licht. Het blijft goed weer, maar er staan vlagen. Ik rond de Kaap in vlagen wind en zeil door Paso Mar del Sur en kom voor het donker aan bij Caletta Martial, een baai met een witgeel zandstrand. Om negen uur `s avonds trekt de wind aan. De Campina schudt en trilt. De regen geselt over het dek. De williwaw trekt het anker door de grond.

Het is pikkedonker. Aan beide kanten heb ik 200 meter met kelp en rotsen. Ik start de motor en zet de radar bij. Het ankeralarm gaat af. Het anker houdt niet. Met een beetje vooruit en een beetje achteruit op de motor waait de Campina de baai uit. 30 meter ankerketting hangt overboord en is onmogelijk aan boord te krijgen. Is het de voorspelde storm of gewoon een williwaw, een valwind van de bergen ? Het is nat en koud. Ik worstel met het scheepje tussen eilanden en rotsen door en krijg het voor elkaar op open water te komen. Het is een uur `s nachts. Om vijf uur houdt het op te waaien.

Ik zit 12 mijl uit de kust en slaap tot acht uur. Dan haal ik het anker omhoog, die ik als een drijfanker had gebruikt en kom s’middags aan in Caletta Banner. De zon gaat rood onder. Er hangen raderende wolken in de lucht. Een eenzame dolfijn laat even zijn rug zien. Het is Pasen. Nachts is het weer helder en luister ik naar de wind in de leegte.

The first have passed Cape Horn. The latter has not passed New Zealand yet. There are 6000 miles between the first and the last. Some are struggling. In 2002 with the Campina I sailed the waterways of Tierra del Fuego. In the evening I study the maps of the islands around Cape Horn. I see Barnevelt island, island Evout, Hondebaai and Baai Oranje. Names from the illustrious past of Dutch sailors.

It is Easter weekend. There is a dense mist everywhere in the passageways between the islands. I pass the islands of Evout, Terhalten and Barnevelt. Bare rock formations, darkening in the light. The weather remains good, but there are gusts. I round the Cape in gusts and sail through Paso Mar del Sur, arriving before dark at Caletta Martial, a bay with a white-yellow sandy beach.

At nine o’clock in the evening the wind picks up. The Campina shakes and vibrates. The rain lashes over the deck. The williwaw pulls the anchor through the ground. It is pitch dark. On both sides I have 200 meters of kelp and rocks. I start the engine and use the radar. Anchor alarm. The anchor doesn’t hold. With the engine a little forward and a little backwards, the Campina drifts out of the bay. 30 meters of anchor chain hangs overboard and is impossible to get on board. Dark, pitchdark. Is it the predicted storm or just a williwaw from the mountains? It’s wet and cold. I struggle with the boat between islands and rocks and manage to get to open water. It is one o’clock in the morning. At five o’clock it stops blowing. I’m 12 miles from the coast and sleep for three hours. I haul the anchor on board, which was used as a drogue and arrive in Caletta Banner in the afternoon.

The sun sets red. There are streaming clouds in the sky. A lonely dolphin shows its back for a moment. It’s Easter. At night the weather is clear and I listen to the wind in the void.


Posted in Uncategorized by